Guy Guilbaut
Sociaal
(3140), (6536) en (6537) verwerkt in genealogie
Antecedenten en origine
- afkomstig uit de omgeving van Hesdin (3139)
Familie
Volgens Jacques du Clercq was hij in zijn jeugd een metselaar geweest, die het door "subtilité" tot algemeen ontvanger van financiën had gebracht, zijn hele familie rijk maakte met ambten, beneficies en goederen, veel grond verwierf, het kasteel van Bruay liet bouwen en de carrière van zijn schoonzoon Baudouin d'Ognies patroneerde (3139)
Huwelijk
Gehuwd met Péronne Mansel, bij wie hij één dochter verwekte, eveneens genaamd Péronne, die zou huwen met Baudouin d'Ognies, heer van Estrée (3140) [Bartier, die denkt dat Péronne niet zijn dochter was maar gewoon een verwant, vergist zich hierin, zoals Leclercq duidelijk aantoont; hij vermeldt echter ook een Perrine Guilbaut [=?], die huwde met Gauvin Quieret, heer van Dreuil, en een grote "dot" binnen bracht in dit huwelijk] (6190)
Nageslacht
Enkel dochters gekend:
* zijn dochter Péronne, gehuwd met Baudouin d'Ognies, heer van Estrée; deze laatste zou dankzij dit huwelijk tot hoge functies zijn opgeklommen zoals gouverneur van Rijsel, Douai en Orchies, kamerling van de hertog (3140)
* zijn dochter Marie was getrouwd met Jehan d'Avignies v1427 (1391); voor het huwelijk van zijn dochter [Péronne?] in 7/1421 kreeg hij 800 fr gift van de hertog (3140)
* in april 1431 werd zijn natuurlijke dochter Perette gelegitimeerd, die hij had verwekt bij Isabelle la Chassetiere, en zijn bastaardzoon Antoine, verwekt bij Beatrice, elk tegen de som van 240 gr (1400) (6539)
Guy Guilbaut [= een mogelijke zoon of neef?] kreeg op 14/6/1437 een commissie als sergeant van het woud van Goyaval [?] (2919)
Netwerken
- zijn klerk Jehan Marlette huwde met zijn nichtje en werd vervolgens penningmeester van FdG, tresorier en "garde des chartes" van Henegouwen (6190)
- in 1453 vond er een onderzoek plaats i.v.m. de betwisting tussen Jehan Marlette, zijn klerk toen hij algemeen ontvanger en gouverneur was maar op dat moment ontvanger van Henegouwen, en de erfgenamen van Guilbaut, omdat Marlette nog verschillende sommen geld van wijlen zijn meester tegoed had; in totaal ging het om meer dan 3600 lb van 40 gr; hij was nochtans zoals gezegd met Guilbauts nichtje getrouwd en had haar altijd zacht en eerzaam behandeld; Guilbaut had hem altijd beloofd die som terug te zullen betalen, maar was dat blijkbaar nooit echt van plan geweest; andere voormalige klerken van Guilbaut, zoals Thomas Malet, hadden al diens rekeningen geverifieerd maar er enkel de fouten uitgehaald die in Marlette's nadeel waren, en niets dat in zijn voordeel was (7714) (7715) (7716) (3143); de uitkomst van dit proces was als volgt: op verzoek van Marlette veroordeelde de RK in 1453 de erfgenamen van Guilbaut tot het betalen van 1000 lb van 40 gr die wijlen zijn meester hem nog verschuldigd was geweest "pour reste de son compte" (6190)
- in 1436 wordt vermeld dat Guy Thomas Malet, Willequin de Steeland, Robinot le Josne en Jehan Sirot als klerken had, daarnaast had hij ook nog boogschutters in dienst (602); in 1439 wordt als zijn klerk vermeld Hannequin de Scillebeque (649)
Overlijden
Gestorven vóór 24/8/1447 (1403), wanneer hij werd vervangen als rekenmeester
Gestorven midden 8/1447 (3140)
Contemporaine vermeldingen
- Wallerand Guilbaut studeerde te Leuven vanaf 1444; priester vanaf 1454; kanunnik in het Sint-Walburgakapittel van Leuven (4547)
- Jehan Guilbaut, ontvanger van het baljuwschap Boulogne en Outreau 1415-1419 (2771)
- Jehannet Guilbaut, voormalig gecommiteerde voor de ontvangst van Hesdin en huidig ontvanger van Hesdin v1424-25 (472), 1426 (493)
- Jehan Guilbaut, tresorier van de Boullonnais v1419 (1138), 1424-25 (472), 1428 (503), 1433 (561), 1437 (620), in 1440 niet meer (670) [een broer?]
- Jehaninet Guilbault was belast met enkele boodschappen v1419 (1139)
- Jehan Guilbaut, inwoner van Boulogne, raadsheer en tresorier van de Boullonais, werd geadeld in 3/1436, voor 200 lb par (3147) (6537); origineel uit register gescheurd (7392)
- Mahieu Guilbault, dienaar van de heer van Croÿ v1436 (604); "escuier de cuisine" v1440 (685); v1445 (8028), in 1458 nog steeds "escuier de cuisine": kreeg 24lb van 40gr ter compensatie van een gestorven paard (861); vervangen in 1460 (8028), in 1462 vermeld als eertijds "escuier de cuisine" van de hertog; hij ontving een jaarlijkse gift van 40 lb van 40 gr (293)
- omstreeks 1434 huwde Jehan le Doulz met Agnes Guilbaut, waarschijnlijk een verwante van Guy (3117)
- Guy Guillebaut, schildknaap v1496, heer van Canteleu te Esquermes, gehouden van de Zale van Rijsel (6538)
- Catherine Guillebaut, gehuwd met Jean Egidii, volgde hem op in dit leen (6538)
- Pierre Guilbaut, schildknaap, zoon van Quentin v1506 (6538)
- Jean Guilbaut, kanunnik met prebende in het kapittel van Saint-Piat te Seclin, werd kanunnik met prebende in de Sint-Omaarskerk te Saint-Omer v1425 (5645)
- Jean Magistri, kanunnik van Nevers, beloofde in naam van Jean Guilbaut de annaten [kerkelijke taks] te betalen voor een kanunnikaat met prebende in het Sint-Omaarskapittel te Saint-Omer, vacant door de promotie van Jean de Polena naar de kerk van Penne v1433 (5646)
- Jean Guilbaut, kanunnik van het kapittel te Saint-Omer v1433 (5647)
- Antoine Guilbaut, kanunnik te Luik; Antoine de Rabata, Florentijns handelaar, beloofde in zijn naam de anaten te betalen voor een kanunnikaat met prebende in het Sint-Omaarskapittel te Saint-Omer v1438 (5648); in 1438 werd Guilbaut al als kanunnik van Saint-Omer vermeld (5649)
- magister Wallerandus Guilbaut, pastoor, hield een "portio" van de Sint-Bavokerk van Oostburg ca. 1455 (5650)
Carrière
Begon zijn carrière als kleine klerk (6190)
"Sommelier de corps" van Filips de Stoute v1405 (3140)
Ontvanger van het domein van het baljuwschap Hesdin 1407-1413 (2768), in de periode 1423-1426 vertegenwoordigd door zijn neef Jehaninet (2769) en in de periode 1426-1440 samen met hem (2770)
Tresorier van de Boulonnais vanaf 1414 (3140), v1418-1419 (33), tegen 2 fr wedde per dag (1134), tot 1419 (3140)
In 1417 moest hij de rekeningen van de algemene ontvangers van Vlaanderen en Artesië nakijken (3140)
Gecommitteerd om de penningen te ontvangen geleend aan de hertog door officieren uit Vlaanderen en Artesië v1417 (3140)
Ontvanger van de beden van Artesië 1416 (3146)
Ontvanger van de bede die de Picardische steden in 1418 aan de hertog hadden verleend (3140)
Ontvanger van de inkomsten uit de rentenverkoop van 300 lb par rente die de schepenen van Hesdin op hun stad hadden verkocht ten voordele van de hertog 1417-1419 (3140)
Gouverneur van de uitgaven van het hof, aan 36 s per dag, v1426 (8028)
Algemene ontvanger van alle financiën, commissie 3/10/1419, terzelfdertijd kreeg hij een commissie als rekenmeester in de RK van Rijsel, maar om dit ambt niet uit te oefenen zolang hij algemeen ontvanger was; in deze functie kreeg hij een jaarlijks pensioen van 500 fr, de helft betaald in Vlaams geld, de andere geld in koninklijk geld, en daarenboven 2,5 fr per dag, behalve wanneer hij verbleef in zijn huis te Hesdin, betaald in Vlaams geld wanneer hij door Vlaanderen of Artesië reisde en in koninklijk geld wanneer hij daarbuiten verbleef (3141); in 1419 kreeg hij toch de 50 fr voor zijn "robe" (3142); hij bleef algemeen ontvanger tot de tijdelijke afschaffing van dit ambt in 1427 (3140)
Normaal gezien moesten de algemene ontvangers van alle financiën hun rekeningen laten afhoren door de RK van Dijon, maar in 1423 verzocht Guilbaut de hertog om dit in Rijsel te laten gebeuren, wegens de onveiligheid van de wegen, wat de hertog toestond voor de volgende 4 jaar (3140)
Gouverneur-generaal van de gewone en buitengewone uitgaven vanaf 1427 (1391); in deze functie kreeg hij 36 s par per dag en een maandelijks pensioen van 40 lb par (573), tot 1428 (1383); op 13/12/1428 kreeg Jehan Abonnel, controleur van de gewone en buitengewone uitgaven van de hertog, de opdracht het ambt van gouverneur- generaal van de gewone en buitengewone uitgaven over te nemen, totdat Guy Guilbaut zijn rekeningen had uitgezuiverd; hij had immers nog rekeningen liggen van zijn periode als algemeen ontvanger die nog niet waren gecontroleerd (1383); in 1423 en 1437 was het maistre Jehan Bonnost uit Dijon die zijn rekeningen controleerde (1384); ook in 1427 kwam Bonnost in de RK van Rijsel controlewerk verrichten
Tresorier en gouverneur-generaal van alle financiën vanaf 1428, wanneer Abonnel zijn gouverneurschap van de uitgaven overnam; in deze functie behield hij zijn betaling van dit andere gouverneurschap (3140), v1431 (1390), v1437 (616), op 31/12/1440 werd hij ontlast van dit ambt (3140)
Tresorier van de Orde van het Gulden Vlies, vanaf de oorsprong ervan in 1430 (3140),1440 (674), 1442; hij kreeg 200 fr koninklijk geld in deze functie (704), waarvan 150 fr pensioen en 50 fr voor zijn ambtskleed (3140); hij bleef in functie tot aan zijn dood in 1447 (3140) (5986)
Op 30/11/1441 werd hij aangesteld in de Regentschapsraad over de Nederlanden, in afwezigheid van de hertog en de hertogin (1385)
Hoofdcarrière
Rekenmeester in de RK van Rijsel: commissie van 3/10/1419 (1387) [hij oefende het ambt niet uit tot 1441]
Algemene ontvanger van alle financiën; hij kreeg zo vanaf zijn commissie op 3/10/1419 (1382) 500 fr pensioen en 2,5 fr per dag wedde (1136); op 21/11/1419 werd hem de toestemming verleend om de ambten van rekenmeester en algemeen ontvanger te cumuleren (1389)
Eerste rekenmeester in de RK van Rijsel, commissie van 12/3/1437, op de vacante plaats van Guerin Suquet (1388); Abonnel eiste in feite deze titel op, maar de hertog oordeelde dat Guilbaut, hoewel hij de facto het ambt niet waarnam, de oudste rekenmeester was (3140); in 1438 droeg hij de titel "monsieur le president" (636)
Rekenmeester in de RK van Rijsel, effectief uitgeoefend vanaf 1/1/1441, toen hij niet langer tresorier en gouverneur was (3140), v1441 (691)]: op 24/1/1441 zond de hertog de RK een mandement dat ze Guilbaut moesten aanvaarden als rekenmeester (1386) [zijn commissie had hij ut supra al in 1419 gekregen en als eerste rekenmeester nogmaals in 1437]; in 1441 werd hij effectief 200 lb par betaald als rekenmeester (1611)
Eerste rekenmeester v1443 (1633); v1444 (733), tot aan zijn dood op 24/8/1447 (1403)
Taken en dienstreizen
- wanneer hij als rekenmeester op missie ging, kreeg hij meestal 3 fr per dag terwijl de andere rekenmeesters slechts 2 fr kregen (3140)
- commissaris van wetsvernieuwingen te Rijsel v1421, 1423 (3140); te Brugge 1426 samen met Simon van Formelis (4078), 1429 samen met Clais Utenhove en Simon van Formelis, 1430 samen met Clais Utenhove en Jehan de Gand, 1434 (4093)
- commissaris van wetsvernieuwingen te Sluis v1432, 1434 (3140)
- commissaris van wetsvernieuwingen te Veurne 1426, 1428 (6252)
Giften
- in 1418 kreeg hij een gift van 400 fr (1135)
- hij kreeg in 1420 een gift van 500 schilden van 42 gr wegens zijn enorme onkosten en de hoge levensduurte (1137); in hetzelfde jaar kreeg hij een gift van 100 fr om hem te helpen een huis te bouwen in Hesdin (3140); in oktober 1420 was hij verplicht om ziek te Parijs te verblijven en kreeg hiervoor van de hertog een gift van 1000 fr koninklijk geld (3140); in 1423 kreeg hij een gift van 500 fr koninklijk geld (3140); in 1428 krijgt hij nog eens 500 lb par koninklijk geld (3140); kreeg in 1428 gift van 600 lb par voor zijn goede diensten en ook "en recompensacion de certaines droitures qu'il a acquest tenu d'icellui seigneur" (513)
- hij kreeg in 1441 1800 lb van 40 gr voor zijn pensioen van 1440 voor de tresorie (691)
Bezit
Leenbezit:
* in 1427 amortiseerde hij een rente gevestigd op lenen te La Gorgue en Phalempin, ten voordele van de koorkinderen van het Sint-Pieterskapittel te Rijsel (3148)
* hij had in 1427 gronden afgestaan aan het Sint-Pieterskapittel te Rijsel, in ruil voor renten en inkomsten afhangend van de grond van Quesnoy-sur-Deule, die ze van de hertog hadden gekregen (1391)
* hij ruilde in 1428 andere gronden voor de grond van Quesnoy-sur-Deule met het Sint-Pieterskapittel van Rijsel (1392); volgens een later handschrift, geraadpleegd door Leuridan, had FdG deze heerlijkheid aan hem verkocht in 1429 (6538)
* in 1431 stond hij een rente van 100 lb [par?] op de Brieven van Assenede af aan het Sint-Pieterskapittel, nog in ruil voor een deel van Quesnoy-sur-Deule (1393)
* in 1432 stond hij nog een rente van 40 lb [par?] op het goed van Menen af voor dezelfde reden (1394)
* in 1439 bezette hij een rente van 200 lb [par? in deze gevallen bedoelt Leclercq hoogstwaarschijnlijk lb par] op andere goederen van hem in ruil voor een rente van 200 lb die rustte op Quesnoy-sur-Deule voor het Sint-Pieterskapittel (1395)
* op 30/10/1431 herenigde de hertog twee lenen genaamd Le fief des Pres en Le fief de la Fresnerie met de heerlijkheid Quesnoy-sur-Deule; Guilbaut kreeg er ook de hoge justitierechten over (1396)
* in 1430 verenigde de hertog vier lenen op het "territoire de Bruay" [afhangend van het leenhof van Bruay], gehouden van het kasteel van Béthune, in één leen, drie daarvan heeft Guilbaut verworven van Marie de Montcaverel en de vierde heette het Fief de Ricaminez (1397)
* op 31/7/1434 verkocht de hertog hem verschillende renten en gronden met de verheffingsrechten en de leenhulde toebehorend aan de hertog, gesitueerd dichtbij Bruay; dit om contestaties te vermijden die zouden kunnen ontstaan tussen de hertog, de gravin van Namen en Guilbaut, van wie die gronden afhankelijk waren (1398)
* in januari 1431 kende de hertog hem een octrooi toe om in Bruay bannen, edicten, statuten en verboden uit te vaardigen aangaande de wijnkooplieden, bakkers, vleeshouwers, de wapendracht etc., en het recht om een zegel te laten maken om contracten en conventies voor het heerlijk gerecht af te sluiten (1399)
* op 26/9/1429 vaardigde de hertog een ordonnantie uit waarin de bewoners van Bruay, die de gewoonte hadden de wacht op te trekken bij het "oude huis" van Bruay, in het vervolg in oorlogstijd de wacht zouden optrekken in het fort dat Guilbaut, heer van Bruay heeft laten optrekken (1401)
* in 1467 werd vermeld dat de hertog in juni 1427 Guy Guilbaut renten en gronden in Quesnoy-sur-Dôle had verkocht, met hoge, middele en lage justitie voor de som van 2000 schilden plus nog eens 200 fr en een rente van 11 lb 10 s par per jaar, som die de hertog twee jaar eerder toegekend had aan het Sint-Pieterskapittel te Rijsel voor de stichting van een zangmeester en vier koorknapen voor de eredienst en voor de zielerust van de hertog (325)
* heer van Ligny "par acquisition", v1429, vorig vermelde bezitter was David de Brimeu dit de Humbercourt (6538)
* in 1429 kocht hij de heerlijkheid Le Quesnoy van de hertog (6538)
* hij bezat ook het leen La Motte te Phalempin, gehouden van de burggraaf van Rijsel, van zijn Hof en Halle van Phalempin, bevattend een "manoir" op een motte [versterkte hoeve?] met 9 bunders en nog 10 honderd cijnsgrond (6538
Ambtsbezit
- in 1405 schonk Jan zonder Vrees hem het klerkschap van het baljuwschap Hesdin in levenslang vruchtgebruik; in feite behoorde het aan Tiercelet de la Bare, die het hem afstond voor de som van 400 schilden (3140)
- in maart 1412 kreeg hij van de hertog dit klerkschap van het baljuwschap Hesdin in erfelijk leen, op voorwaarde dat hij het domein en de proosdij van Hesdin ontlastte van een renteleen van 20 lb gr dat Colard Ducelier van de vorst hield (1381)
Huizenbezit:
* een huis in Hesdin, waar hij blijkbaar regelmatig verbleef (3140)
* huis in de rue d"Esquermoise te Rijsel (3140)
Rentenbezit:
* in 1421 kocht hij een lijfrente van 100 schilden op de stad Rijsel, op levens van hem en van zijn dochter Péronne (3140)
* in 1426 kocht hij een rente van 60 lb par op de stad Hesdin, op levens van hem en van zijn bastaard Antoine en nog een van dezelfde waarde op levens van hem en zijn bastaarddochter Perette (3140)
Krediet: [niet exhaustief: als algemene ontvanger was hij voortdurend in allerlei kredietoperaties betrokken: een overzicht in (8061)]
* in 1423 verkocht hij samen met Boquet de Latre en Lotard Fremaulx 580 lb par rente op hun goederen voor de hertog (493)
* ook in 1424 stelde hij zich samen met Lotard Fremaux borg voor een renteverkoop van de stad Rijsel (3140)
* in 1425 liet hij voor 310 lb par lijfrenten verkopen voor de hertog op zijn goederen en die van anderen (3140)
* gelijkaardige praktijken in 1428 en 1431 (3140) [voor alle details zie Leclercq]
* op 15/10/1435 assigneerde de hertog de som van 31677 lb 10 s aan Guerin Suquet, Jehan Abonnel en Guy Guilbaut en anderen die ze hem geleend hadden (1390)
* in 9/1436 kreeg hij 1200 lb van 40 gr terug die hij aan de hertog had geleend (3140)
* in 7/1439 kreeg hij nog eens 500 lb par en 800 lb par terug die hij hem had geleend (3140)
* in 1445 leende hij samen met Georges d'Oostende, Gilles le Veau, Jehan Abonnel, Tristran le Stier en Jehan Marlette de hertog 1200 lb [par?] (3055)
Erfeniskwesties:
* zijn bastaard Antoine kreeg de heerlijkheden Bruay, Ligny, Wastines en Grusons en het huis in de rue Esquermoise te Rijsel
* Philippe erfde de heerlijkheid van Quesnoy-sur-Deûle en het huis van Quesnoy
* Lyonnel d'Oignies [waarschijnlijk zijn kleinzoon langs de kant van Baudouin] kreeg de Terre de Willeman , gehouden van het kasteel van Hesdin
* Madeleine d'Oignies kreeg het bos van Phalempin, het klerkschap van Hesdin en het huis dat Guy in deze stad bezat
* 500 lb rente op Valenciennes en 120 lb op Hesdin werden onder hen verdeeld (3140) (3143)
Cultureel
Wapen:
* "un écu d'argent au chevron d'azur, accompagné au premier canton d'une aigle de gueules"; dit werd aangetroffen in een Hs. uit het begin van de 15de E [K.B., nrs. 9005 en 9006] van de "Cité de Dieu" van Sint-Augustinus, dat aangekocht zouzijn door een "gouverneur de Lille"; dit was zonder twijfel Baudouin d'Ognies, schoonzoon van Guilbaut (3144) [= wapen van D'Ognies]
Boekenbezit:
* hij [of zijn schoonzoon] zou waarschijnlijk een mooi verlucht handschrift van de Civitas Dei van Augustinus in bezit hebben gehad (6190) (3144)
Stichtingen:
* in 1426 schonk hij geamortiseerde goederen ter waarde van 50 lb [par?] en in 1447 een supplement ter waarde van 14 lb aan de kapel die hij had gesticht in de kerk van Saint-Martin in Hesdin (1404)
* in maart 1422 amortiseerde de hertog 100 dagwanden grond in het "territoire de Rollincourt", in "bourgage" gehouden van de stad Hesdin, die Guilbaut getransporteerd heeft naar de schepenen van Hesdin om ze samen te voegen met een huis dat toebehoort aan het St.-Janshospitaal van die stad; in ruil daarvoor zouden de schepenen een rente betalen ter vermeerdering van de dotatie die Guy Guilbaut had toegekend aan de door hem gestichte kapel in de kapittelkerk van Saint-Martin te Hesdin (1405); het ging over een kapel ter ere van OLV, Johannes de Doper en Sint-Nicolaas, rijkelijk georneerd, en een "sepulcre a la semblance du saint sepulcre" van Jeruzalem, [cfr.de gebroeders Adornes later te Brugge]; van paus Martinus V had Guilbaut verkregen dat "pluseurs grans pardons et indulgences" zouden worden toegekend aan de devote bezoekers van deze kapel; verder liet hij er een hele reeks missen, gebeden en aalmoezen stichten (3144)
* in 1427 amortiseerde hij een rente gevestigd op lenen te La Gorgue en Phalempin, ten voordele van de koorkinderen van het Sint-Pieterskapittel te Rijsel (3148)
Referenties
-
(33) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 4091, 85v
-
(293) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 4107, 69r
-
(325) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 4111, 16r
-
(472) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1931, 23v
-
(473) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1931, 27v
-
(493) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1935, 25r
-
(503) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1938, 87v
-
(513) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1938, 217r
-
(561) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1951, 12r
-
(573) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1951, 233r
-
(602) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1957, 249r
-
(604) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1957, 270v
-
(616) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1961, 75v
-
(620) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1961, 3r (kladrekening)
-
(636) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1963, 129r
-
(649) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1966, 156r
-
(670) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1969, 68r
-
(672) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1969, 86r
-
(674) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1969, 127r
-
(685) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1969, 303r
-
(691) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1972, 60r
-
(704) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1975, 46v
-
(733) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1982, 50r
-
(763) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1994, 73v
-
(861) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 2030, 320v
-
(1134) MOLLAT (M.) - FAVREAU (R.), Comptes Généraux de l'Etat Bourguignon entre 1416 et 1420, I (Recueil des historiens de la France publié par l'Académie des Inscriptions et Belles-Lettres. Documents financiers, dl. 5), Parijs, 1965: 365
-
(1135) MOLLAT (M.) - FAVREAU (R.), Comptes Généraux de l'Etat Bourguignon entre 1416 et 1420, I (Recueil des historiens de la France publié par l'Académie des Inscriptions et Belles-Lettres. Documents financiers, dl. 5), Parijs, 1965: 571
-
(1136) MOLLAT (M.) - FAVREAU (R.), Comptes Généraux de l'Etat Bourguignon entre 1416 et 1420, I (Recueil des historiens de la France publié par l'Académie des Inscriptions et Belles-Lettres. Documents financiers, dl. 5), Parijs, 1965: 1062
-
(1137) MOLLAT (M.) - FAVREAU (R.), Comptes Généraux de l'Etat Bourguignon entre 1416 et 1420, I (Recueil des historiens de la France publié par l'Académie des Inscriptions et Belles-Lettres. Documents financiers, dl. 5), Parijs, 1965: 1298
-
(1138) MOLLAT (M.) - FAVREAU (R.), Comptes Généraux de l'Etat Bourguignon entre 1416 et 1420, I (Recueil des historiens de la France publié par l'Académie des Inscriptions et Belles-Lettres. Documents financiers, dl. 5), Parijs, 1965: 847
-
(1139) MOLLAT (M.) - FAVREAU (R.), Comptes Généraux de l'Etat Bourguignon entre 1416 et 1420, I (Recueil des historiens de la France publié par l'Académie des Inscriptions et Belles-Lettres. Documents financiers, dl. 5), Parijs, 1965: 1437
-
(1381) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1601, 11-12
-
(1382) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1602, 46v
-
(1383) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1605, 127v
-
(1384) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1605, 177v -1603,4
-
(1385) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1606, 47
-
(1386) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1606, 21
-
(1387) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1602, 51
-
(1388) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1605, 175
-
(1389) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1602, 51
-
(1390) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1605, 133
-
(1391) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1603, 150v, 170v
-
(1392) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1605, 235
-
(1393) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1605, 233
-
(1394) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1605, 234
-
(1395) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1605, 239v
-
(1396) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1604, 72
-
(1397) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1604, 11v
-
(1398) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1605, 117
-
(1399) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1604, 48v
-
(1400) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1604, 129v-130
-
(1401) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1604, 16
-
(1402) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1604, 16
-
(1403) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1606, 165
-
(1404) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1602, 138, 138v, 140
-
(1405) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1602, 110v
-
(1567) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 4096, 70r
-
(1611) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 4098, 75v
-
(1633) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 4099, 85v
-
(2768) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 15318-15323
-
(2769) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 15333-15346
-
(2770) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 15336-15346
-
(2771) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 17112-17115
-
(2919) ARA, Rekenkamers, Oorkonden van het Zegelrecht (I: cedules; II: charters): I, 15
-
(3055) COCKSHAW (P.), Le personnel de la chancellerie de Bourgogne-Flandre sous les ducs de Bourgogne de la maison de Valois, 1384-1477, Kortrijk-Heule, 1982: , 216
-
(3117) LECLERCQ (F.), Etude du personnel de la chambre des comptes de Lille sous les ducs de Bourgogne, onuitgegeven doctoraatsverhandeling Ecole des Chartes, Parijs, 1958: , 232
-
(3139) DE REIFFENBERG (V.) (ed.), Jacques du Clerq, Mémoires, 4 dln., Brussel, 1835-1836: , II, 349
-
(3140) LECLERCQ (F.), Etude du personnel de la chambre des comptes de Lille sous les ducs de Bourgogne, onuitgegeven doctoraatsverhandeling Ecole des Chartes, Parijs, 1958: , 206-219
-
(3141) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1602, 51r
-
(3142) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1602, 62r
-
(3143) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 20103, n°22341
-
(3144) Hulin de Loo (1911)
-
(3146) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1935, 1
-
(3147) DE L'ESPINOY (Ph.), Recherche des Antiquitez et Noblesse de Flandres, Dowaai, 1631: , 15 (uit VR)
-
(3148) Archives Départementales du Nord (Rijsel): , 6G245
-
(4078) Stadsarchief Brugge: , Register Wetsvernieuwingen 1422-43, f°43, 94
-
(4093) Stadsarchief Brugge: , Register Wetsvernieuwingen 1422-43, 56, 57
-
(4547) DE KEYSER (R.), Het St. Donaaskapittel te Brugge (1350-1450). Bijdrage tot de studie van de hogere geestelijkheid tijdens de latere middeleeuwen, onuitgegeven doctoraatsverhandeling KUL, Leuven, 1972: , XXI 12
-
(4700) VAUGHAN (R.), Philip the Good. The Apogee of the Burgundian State, Londen, 1970:
-
(5645) Baix (1947-55), lxii en 65
-
(5646) Dubrulle (1906-7), 477
-
(5647) Dubrulle (1906-7), 239
-
(5648) Dubrulle (1906-7),57
-
(5649) Dubrulle (1906-7), 240
-
(5650) WARICHEZ (J.), Etat bénéficial de la Flandre et du Tournaisis au temps de Philippe le Bon (1455), in: ASHEB, 1909-1912, passim: , Ia, 445
-
(5986) DE GRUBEN (F.), Les chapitres de la Toison d'Or à l'époque bourguignonne (1430-1477), Leuven, 1997: , passim
-
(6190) BARTIER (J.), Légistes et gens de finances au XVe siècle: les conseillers des ducs de Bourgogne Philippe le Bon et Charles le Téméraire, Brussel, 2 dln., 1952-1955: , 48, 62, 81, 83, 178, 257, 324
-
(6252) Koninklijke Bibliotheek Albertina, Brussel: , FM, Hs. 103, II, passim
-
(6536) DE HERCKENRODE (J.), Nobiliaire des Pays-Bas et du comté de Bourgogne, 2 dln., Gent, 1865: , 5
-
(6537) LE BOUCQ DE TERNAS (A.), Recueil de la Noblesse des Pats-Bas, de Flandre et d'Artois, Douai, 1884 (Marseille, 1976²): , 127
-
(6538) LEURIDAN (F.) Statistique féodale du département du Nord, la châtellenie de Lille, Rijsel, 1886-1901, 6 vol. (dl. 1, Introduction, dl. 2, Carembaut, dl. 3, Ferrain , dl. 4, Mélantois, dl. 5, Pévèle, dl. 6, Weppes: , C, 125, F, 226, M, 54, 149, W, 134...
-
(6539) CARLIER (M.), Onwettige kinderen in de Bourgondische Nederlanden. Determinanten van hun plaats binnen de familie en binnen de maatschappij, onuitgegeven doctoraatsverhandeling RUG, Gent, 1998: , bijlagen
-
(7392) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1605, 143
-
(7638) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 17657
-
(7714) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 6723
-
(7715) B17668:
-
(7716) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 20103
-
(8028) BRAND (H.), KRUSE (H.) e.a. , o.l.v. PARAVICINI (W.), Databank van de Bourgondische hovelingen, Deutsches Historisches Institut te Parijs:
-
(8061) Desùet (1956), passim