Jacob van Lichtervelde
Sociaal
(3396), (3398), (3400), (6336), (6857), (6858), (6859), (6860), (6862) en archiefgegevens verwerkt in de genealogie: de uitvoerige [gedeeltelijke en volledige] genalogieën die door diverse auteurs werden opgemaakt, zullen hier niet worden overgenomen, net zomin als het leenbezit van al deze verwanten; dit geslacht had verwantschapsbanden met alle bijna vooraanstaande laatmiddeleeuwse Vlaamse families
Antecedenten en origine
- Vlaamse adel die terug zou gaan tot de 12de eeuw: genealogieën van de heren van Lichtervelde in (5905) en (6857)
Familie
Vader: Jan van Lichtervelde, heer van Ardooie, had in 1340 voor de Vlaamse graaf gestreden in de slag bij Bouvines, vervulde zoals ook andere familieleden regelmatig een schepenambt in het Brugse Vrije, zo v1349 en 1357; zijn oom Rogier wasburgemeester van Brugge v1378; zijn neef [kozijn] Lodewic van Lichtervelde, heer van Koolskamp, was ongeveer 20 jaar lang raadsheer van Lodewijk van Male geweest; een andere kozijn, Rogier van Lichtervelde gezegd Diedericxzone oefende die functie 30 jaar lang uit (3400)
Huwelijk
Getrouwd met Marie de Vos, waarschijnlijk [volgens de meeste genealogieën] de dochter van Boudin de Vos, heer van Pollare; ze stierf in 1419 zonder kinderen na te laten; bij haar eerste echtgenoot uit de familie Van Clercken, had ze vier kinderen (3400)
Nageslacht
Bastaarden:
* een bastaarddochter, die huwde in 1404 (3400)
* in januari 1421 werd zijn bastaardzoon Jan, verwekt bij Catherine van de Male, gelegitimeerd (1421); in april 1421 zijn bastaardzoon Leoneus ofwel Louis [volgens mij Lonis] de Lichtervelde, eveneens verwekt bij Katharina van de Male (3402)
Louis [Lonis?] van Lichtervelde schepen van het Brugse Vrije v1435, 1439, 1440, 1445, 1446, 1447, 1450 (4354) [is dit dezelfde: het gaat om de klassieke verwarring in oudere bronnenuitgaven tussen Lonis en Louis]
Lonis, de "batard de Coolscamp" vergezelde JzV in Frankrijk in 1417; in 1423 maakte hij zich schuldig aan een aggressie tegen Denis Haghelinck, eerste schepen van Tielt; de proost en schepenen van Kortrijk en zelfs de RVV moesten hierin tussenkomen; hij trouwde in 1427 maar stierf waarschijnlijk kort daarna (3400)
Lodewic van Lichtervelde, afgevaardigde van het Vrije op een ledenvergadering in 1427 (2611); in 1431 was hij echter afgevaardigde van Ieper (3030)
Netwerken
- in 1394 werden er vele vergaderingen over belastingsgeschillen georganiseerd door belastingspointers in de kasselrij Kortrijk, waarin hij steeds sussend intervenieerde (3400)
- zijn domaniaal ontvanger heette Gervais de Vulre, v1401 (5384)
- als baljuw van Kortrijk had hij 10 sergeanten, "chevaucheurs" en dienaars, een onderbaljuw Ingel Cokerin en een klerk Casin de Planckenaere (3400)
- tijdens zijn bedevaart naar Jeruzalem leek het alsof zijn neef ["neveu"] Jehan Camphin, burgemeester van Brugge, zijn zaken behartigde i.v.m. de afbetaling van de heerlijkheid Assebroek (3400)
- begin 1/1407 ontving hij een afgevaardigde van het Brugse Vrije die zijn steun kwam vragen tegen Brugge i.v.m. het textielprivilegie [Brugge eiste een verbod op de plattelandsnijverheid] (3400)
- hij kreeg van 17 Vlaamse steden en kasselrijen geschenken voor zijn bastaarddochter die trouwde in 1404 (3400)
- in 1411 kreeg hij na de militaire campagne tegen Ham en Montdidier in Artesië 200 lb "feble monnaie" van de stad Rijsel, omdat hij de Vlaamse stadsmilities, die zich in de kasselrij Rijsel hadden misdragen tegenover de plaatselijke bevolking, had aangespoord om sneller over de Leie terug te trekken (3400)
- zijn Antwerpse connecties maakten hem tot de geschikte persoon om te gaan bemiddelen in het Schelde-conflict tussen Antwerpen en Mechelen (3400)
- de benoeming van zijn neef Victor van Lichtervelde, heer van Staden, tot baljuw van Kortrijk, was waarschijnlijk aan zijn invloed te danken, net als de benoeming van diens broer Rogier tot baljuw van Ieper in 1416 en nogmaals in 1422; deze Victor, zoon van Lodewic, werd in 1429 ook burgemeester van het Vrije (3400)
Overlijden
Gestorven op 31/3/1432 [?] (3400)
Contemporaine vermeldingen
- Rogier van Lichtervelde, schildknaap en baljuw van Ieper v1418 (1163), baljuw van Ieper 1417-1419, baljuw van de vrouwe van Coucy op haar heerlijkheid Guysen te Zevekote (4044)
- Jan van Lichtervelde, uit het lid van de poorterij in Ieper, hoofdman van de poorterij 1429, schepen 1434, 1435, 1452, 1457, 1462, 1469, raadslid 1431, 1433, 1439, 1446, 1448, 1453, 1467, tresorier 1444, voogd 1441, 1446, 1454, 1438 (6268)
- Arthur van Lichtervelde, schepen van Ieper 1429, 1432, 1433 (6268), afgevaardigde van Ieper op Ledenvergaderingen v1433 (3037), op de Staten Generaal te Gent in 1434 (3830)
- Victor van Lichtervelde, raadslid van Ieper en voogd van wezen 1432, 1446, raadslid 1434, 1437 (6268)
- her Victor van Lichtervelde, afgevaardigde van Ieper bij de doop van prins Antoon in 1432 (3031); afgevaardigde op Ledenvergaderingen v1432 (3034), v1433 (3037), raadslid en afgevaardigde op Ledenvergadering v1442; voogd en afgevaardigde v1457 (6019); voorschepen van Ieper v1452-53 (3806); [eerste] schepen v1452, raadslid v1453, 1464, [eerste] raadslid en voogd van wezen v1458, voogd van Ieper v1460 (5396), als raadsheer van de stad afgevaardigde op de Staten Generaal te Brugge in 1464, te Brussel in 1465 (3830) heer van Staden (4044)
- Jan van Lichtervelde d'oude [f. her Victor], raadslid 1471, 1476, 1478, schepen 1476 (6268)
- Jan van Lichtervelde, raadslid van Ieper 1477 (6268)
- Victor van Lichtervelde, raadslid van Ieper 1477 (6268)
- Wulfaert van Lichtervelde (6268), ridder, achterleenhouder van Boezinge, zoon van Jan de oude en Maria van den Hove, had een adellijk zegel, gehuwd met Elisabeth Adornes, raadslid van Ieper 1478, 1481, 1482, 1486, 1487, 1489, 1490, 1491, 1493, 1495, 1496, 1503, 1505, 1507-1510, schepen in 1477 [van 3 tot 5, toen een nieuwe magistraat werd aangesteld], 1502, 1504, 1506, voogd 1479, 1485, 1488, 1492, 1494, 1498-1501, gestorven 11/8/1510, begraven in de Sint-Maartenskathedraal (6397)
- Lodewijk van Lichtervelde, afgevaardigde van het Brugse Vrije op Ledenvergaderingen v1439, 1455 (6018)
- Germaine van Lichtervelde was gehuwd met Joos van den Berghe (3263)
- Victor van Lichtervelde de oude, ridder en heer van Staden, achterleenhouder van de heerlijkheid Boezinge, gehuwd eerst met Margriet van Loo en dan met Kristien Belle, schepen van Ieper 1400, 1401, 1403, 1404, vertegenwoordigde Ieper in 1405 bij de eedaflegging van JzV, baljuw van Kortrijk 5-8/1407, gestorven 1407 (6397)
- Victor van Lichtervelde de jonge, schildknaap, heer van Croix en vanaf 1449 heer van Beaurevart, bijna onafgebroken raadslid, schepen of voogd van Ieper, in 5/1477 als voogd door de opstandelingen afgezet en opgesloten in de hallen en veroordeeld tot 228 lb par boete (6397)
- Jan van Lichtervelde de oude, jongste zoon van Victor de oude, achterleenhouder van de heerlijkheid Boezinge, vele jaren schepen en raadslid van Ieper tussen 1430 en 1472 (6397)
- Jan van Lichtervelde de jonge, zoon van Victor de jonge, raadslid, schepen of voogd 1467-1488, werd bijna door de opstandelingen gelyncht in 1477 (6397)
Carrière
Hij verscheen voor het eerst in de bronnen in dienst van FdS op 17/5/1384, bij de aanval op het door de Gentse rebellen gecontroleerde Oudenaarde; waarschijnlijk werd hij bij deze gelegenheid tot ridder geslagen (3400)
Schepen van het Brugse Vrije v1388, v1393-94 (3400), v1394 (1417)
Baljuw van Kortijk 29/1/1391-10/5/1395, tegen een wedde van 50 lb par per jaar (3400) [dit ambt was combineerbaar met zijn schepenambt in het Vrije]
Burchtvoogd van Kortrijk, tegen een jaarwedde van 15 lb [par?] (3400)
Schout en burchtvoogd van Antwerpen 18/2/1395-1397 (3400), tegen een wedde van 50 nobels per jaar (1418);
dit was een promotie, temeer daar zijn voorganger de twee ambten niet had gecumuleerd (3400); een tweede keer schout van Antwerpen, maar nu onder Brabants regime, en tegelijk markgraaf van het land van Rijen, commissie 23/12/1407 - eind 12/1408 vroeg hij ontslag uit deze functies (3400)
Soeverein-baljuw van Vlaanderen 9/2/1397-1402 en 4/9/1403-1404 (3542) [kort onderbroken door het geschil tussen de hertog en Gent i.v.m. dit ambt, toen Monfraut van Esen de functie waarnam]; in deze periode verdiende een soeverein-baljuw 200 lb par per jaar (3400) zijn commissie van soeverein- baljuw van Vlaanderen werd gevolgd door een commissiebrief van raadsheer van de hertog op 11/2/1397 (1419)
In 1409-1410 was hij zonder een specifiek ambt te bekleden actief als raadsheer met betrekking tot algemene Vlaamse zaken (3400)
In Brabant vanaf 1404 in dienst van hertog Antoon, samen met o.a. Pieter van der Zype, David Bousse, Simon van Formelis (3396), lid van de Raad van Antoon van Brabant 7/1404-11/1406; op verzoek van de Staten van Brabant werd hij samen met de andere Vlamingen uit de dienst verwijderd om plaats te maken voor autochtone Brabanders (6766) (3400)
Hij behoorde in 1411 tot de vaste entourage van FdG als graaf van Charolais (3400)
Kamerling aan het hof van Filips van Charolais v1415 (8030)
Eén van de voogden-onderwijzers van Filips van Nevers, derde zoon van Filips de Stoute (3399)
Op 3, 4 en 17/7/1397 zetelde hij in de Raadkamer te Rijsel, waar ook de kanselier [de bisschop van Atrecht]; de heer van Clite [Comines]; de heer van La Chapelle, ex-soeverein-baljuw, de heer van Espierres, de heer van Zevenbergen; mr. Jehan de Thoisy, toekomstig bisschop van Doornik, en Mr. Guillaume du Chastel, aanwezig waren. De meesten onder hen verschenen slechts uitzonderlijk in de Raadkamer en behoorden zeker niet tot het "vast" personeel; de instellingen op centraal en provinciaal niveau waren nog sterk met elkaar vergroeid en dit waren zittingen waarbij behalve juridische zaken ook belangrijke politieke kwesties op de agenda stonden (3400)
Ook op 18/9/1398, 6/5/1399, 21/10/1399 te Rijsel, 2/6/1405, 5/9/1405 te Oudenaarde en 24/10/1411 te Gent, was hij al aanwezig geweest op de zittingen van de RVV (3400); hij was duidelijk een residerende raadsheer maar toch regelmatig afwezig, hetzij voor enkwesten en instructies, hetzij als commissaris van wetsvernieuwing of diplomaat (3400)
De titel van raadsheer droeg hij al vanaf zijn promotie tot soeverein-baljuw in 1397 (4300)
Hoofdcarrière
Raadsheer in de RVV, commissie 24/11/1411 "adfin que le chambre de son conseil en Flandres ... soit plus honnourablement et notablement estoffée" (3400) (6848) v1418-1419, tegen een jaarwedde of pensioen [sic] van 500 fr van 37 gr 4 d par [blijkbaar meer voor adel], hij moest permanent verblijven in de raadkamer (1538)
Hij was aanwezig op de zittingen in 1419 (1542), 1420 (1918), 1421 (1927)
In de registers van Akten en Sententiën werd Jacob als ridder altijd het eerst vermeld bij de aanwezigheidslijst, zelfs hoger dan de president, doorgaans zetelde hij 4, 8 tot 12 keer per maand (3400)
Op 12/12/1421 kreeg hij opdracht om samen met de heer van Komen, Hendric Goethals en Jehan de la Kethulle continu bij de hertogin te verblijven, belast met het gouvernement van Vlaanderen, waarvoor hij 1200 lb par per jaar kreeg en werd betaald tot Kerst 1422, ondanks het overlijden van de vorstin (1541)
Vanaf 1425 verdween hij geleidelijk van het politieke toneel, al deed men af en toe nog eens beroep op zijn ervaring voor een onderhandeling of een advies (3400)
Taken en dienstreizen
- commissaris van wetsvernieuwingen te Brugge in 1397 (5383), in 1422, samen met Roeland van Uutkerke, Raoul le Maire en Daniel Alaerts (4072)
- commissaris van wetsvernieuwingen 1401, 1422, 1424 (6268)
- afgevaardigde van de hertog bij de overname van het graafschap Namen op de plechtigheid van 8/6/1421 voor de graaf van Namen, zijn voornaamste vazallen en de Drie Staten van het graafschap; hij kreeg daarna een gift van 400 fr van de hertog, het dubbele van de andere betrokken raadsheren en secretarissen (3400)
Bezit
Leenbezit:
* toen hij in 1384 tot ridder werd geslagen, bezat hij nog geen heerlijkheid (3400)
* in 1390 kocht hij de heerlijkheid Koolskamp van ridder Richard van der Beerst en Clara van Beernem, zijn kozijnen; de verkoop werd voltrokken voor de baljuw van Wilhelmine van Halewijn, vrouwe van Lichtervelde; Koolskamp was een belangrijk achterleen van de heerlijkheid Lichtervelde - die ondertussen dus in handen was gekomen van de familie van Halewijn - en in feite kocht hij bijgevolg een belangrijk deel van het oude familiale patrimonium weer op; het is deze titel die zijn voorkeur zou hebben (3400)
* in 1399 kocht hij "par retrait lignager" [familiaal naastingsrecht binnen de 5 dagen] de heerlijkheid Assebroek in Sijsele Ambacht, gehouden van de Burg van Brugge, voor een prijs van 4850 gouden schilden; de hertog schonk hem 1500 gouden schilden om hem hierin bij te staan, waarvan een deel onder de vorm van de kwijtschelding van de tiende penning verheffingsgeld; deze heerlijkeid was misschien voorheen al in handen geweest van de familie van Lichtervelde, maar dat is niet zeker; Assebroek had 70 achterlenen naast het privilegie van de ontvangst en registratie van de brieven van Roya (3400)
* in 1399 kocht hij de heerlijkheid Ayshove [in Koolskamp], eveneens met hertogelijke kwijtschelding van de tiende penning verheffingsgeld: het was een leen met hofstede en kapel; ook baljuw en schepenen (3400), gekocht van Thierry de Rochefort; dit leen bevond zich in de parochies Ardooie en Koolskamp (7141)
* heer van Zwevezele, gehouden van de heerlijkheid Ingelmunster; met 11 achterlenen waarvan 10 in Zwevezele en 1 in Pittem, gekocht in 1421 (3400), en van Poelvoorde in Egem in de Roede van Tielt (6336)
* in 1422 kocht hij het achterleen Het Pittemsche in Zwevezele, gehouden van het Hof van Pittem in de Roede van Tielt (6336)
* hij hield in 1430 2 achterlenen in Egem van de heerlijkheid Ter Strate in Egem, gelegen in de Roede van Tielt (6336)
* in 1418 hield hij een leen te Vinderhoute van de heer van Gavere; hij schonk het aan zijn nichtje Barbe van Claerhout fa. Joris (3400)
* in 1422 en 1426 kocht hij nog lenen in verschillende parochies van de Kasselrij Ieper, waaronder één te Staden, achterleen van de heerlijkheid die toebehoorde aan zijn neef Lodewic van Lichtervelde (3400)
Leenbezit verwanten
- de Ieperse tak van Victor van Lichtervelde, daarna Lodewijk en Artur bezaten een mooi aantal lenen gehouden van de Zale van Ieper (7721) (7225); hetzelfde gold voor Jehan de Lichtervelde f. Victor (7321)
Ambtsbezit
- erfelijk ontvanger van de "briefz de la Roye" (93), een officie dat hij achtereenvolgens liet uitoefenen door Gilles le Foulon, Philippe le Zwaef, Jehan Stevins en Pierre Toen (3400)
Huizenbezit:
* in 1392/93 kocht hij een huis in de "Stockenstrate" te Kortrijk (4658)
* ondanks zijn drukke carrière en vele dienstreizen, verbleef hij toch nog regelmatig in zijn domein te Koolskamp, waar hij in 1413 werken liet uitvoeren aan de gebouwen, met name liet hij er een toren optrekken; ook in 1414 moest hij soms worden ontboden in de RVV; het centrum van zijn activiteiten was echter duidelijk Gent (3400)
Rentenbezit:
* in 1393 gaf hij een rente aan de OLV-kerk van Kortrijk in ruil voor een rente op zijn land in Koolskamp (1420)
* hij amortiseerde in 1421 een rente van 58 lb par bezet op de gronden en het bos in de parochie Ardooie, die hij in leen hield van de abdij van Saint-Amand en Pévèle, voor de stichting van een kapel in de parochiekerk van Koolskamp onder patronage van het kapittel van Sint-Salvator te Harelbeke (1424)
* in 1397 kocht hij van Guildolf de la Gruuthuse een lijfrente van 2 lb gr op het leen van Straten dat deze bezat in Eegem (3400)
* hij amortiseerde in 1424 een rente van 20 lb bezet op Assebroek, voor de abdij van Eekhout te Brugge en voor de dominicanessen te Assebroek, voor de stichting van twee jaargetijden in hun kerk (1425)
Cultureel
Wapen:
* "d'azur au chef d'hermines à la colombe éployée d'argent" (3400)
Handtekening:
* vanaf het moment dat hij de heerlijikheid Koolskamp had gekocht, tekende hij ook met "Coolscamp" (3400)
Talenkennis:
* hij was tweetalig en kende waarschijnlijk ook een minimum aan Latijn, vermits hij deelnam aan onderhandelingen met de Engelsen [maar werden die niet in het Frans gevoerd?] (3400)
Stichtingen:
* hij amortiseerde in 1421 een rente van 58 lb par bezet op de gronden en het bos in de parochie Ardoye, die hij in leen hield van de abdij van Saint-Amand en Pévèle, voor de stichting van een kapel met kapelaan in de parochiekerk van Koolskamp, onder patronage van het kapittel van Sint-Salvator te Harelbeke (1424); met dit bedrag stichtte hij eveneens 4 eeuwige missen ter ere van Sint-Jacob, zijn patroonheilige; tijdens zijn leven werden deze missen gevierd in een privé-kapel in zijn kasteel; na zijn dood gingen ze door in de kapel in de parochiekerk in Koolskamp; van de totale som van 58 pond diende 6 pond voor de kerkmeesters van Koolskamp voor het onderhoud van de kapel en zijn grafmonument; daarnaast moesten ze ook instaan voor wijn, brood en ornamenten voor de missen (7818); dit jaargetijde in de kerk van Koolskamp werdnog tot in de 17e eeuw gevierd (5905) (7818)
* hij amortiseerde in 1424 een rente van 20 lb bezet op Assebroek, voor de Eekhoutabdij in Brugge en voor de Dominicanessen te Assebroek, dit voor de stichting van twee jaargetijden in hun kerk (1425); zijn jaargetijde diende gevierd te worden met klokkengelui (7818)
* het werd hem in 1407 toegestaan een draagbaar altaar te bezitten en hij kreeg ook de "absolutio plenaria in articulo mortis" (5476)
Begraafplaats
- grafschrift in de kerk van Koolskamp, uitgegeven door Foppens (3398), foto's in (3400) en in (7818); uitleg hierover in (5904)
- hij ligt nog steeds begraven in de kerk van Koolskamp; de grafsteen is vandaag nog bewaard gebleven en is in dezelfde kerk nog te bezichtigen; het graf is bewaard met vier van de oorspronkelijke zijwanden en bevond zich in het Sint-Jacobskoor van de kerk; het was een graf waarop hij stond afgebeeld in wapenuitrusting met gevouwen handen en het hoofd op een kussen; hoewel hij 70 jaar was toen hij stierf, werd hij uitgebeeld met de gelaatstrekken van een jong persoon; aan de zijkant van de tombe werden "pleurants" afgebeeld in de nissen, gehuld in zware mantels; zij stonden te bidden en te treuren rond de lijkbaar van de overledene; verder waren er nog andere figuren op de grafsteen uitgebeeld [Abraham, Maria]; veel is echter verloren gegaan en het huidige grafmonument is op basis van tekeningen gereconstrueerd. (5905) (7818)
Referenties
-
(32) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 4091, 83v
-
(93) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 4094, 2v
-
(1163) MOLLAT (M.) - FAVREAU (R.), Comptes Généraux de l'Etat Bourguignon entre 1416 et 1420, I (Recueil des historiens de la France publié par l'Académie des Inscriptions et Belles-Lettres. Documents financiers, dl. 5), Parijs, 1965: 6760
-
(1417) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1598, 1v
-
(1418) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1598, 13v, 23v
-
(1419) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1598, 61
-
(1420) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1597, 58
-
(1421) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1597, 58
-
(1423) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1600, 15
-
(1424) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1602, 118v
-
(1425) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1603, 18
-
(1538) MOLLAT (M.) - FAVREAU (R.), Comptes Généraux de l'Etat Bourguignon entre 1416 et 1420, I (Recueil des historiens de la France publié par l'Académie des Inscriptions et Belles-Lettres. Documents financiers, dl. 5), Parijs, 1965: 9261
-
(1541) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 4092, 41v
-
(1542) Rijksarchief Gent, fonds Raad van Vlaanderen, reeks "Akten en Sententiën": 2342
-
(1918) Rijksarchief Gent, fonds Raad van Vlaanderen, reeks "Akten en Sententiën": 2343
-
(1927) Rijksarchief Gent, fonds Raad van Vlaanderen, reeks "Akten en Sententiën": 2344
-
(2611) BLOCKMANS (W.P.) (ed.), Handelingen van de leden en van de staten van Vlaanderen : regering van Filips de Goede (10 september 1419 - 15 juni 1467), dl I: tot de onderwerping van Brugge (4 maart 1438), Brussel, 1990: , 397
-
(3030) BLOCKMANS (W.P.) (ed.), Handelingen van de leden en van de staten van Vlaanderen : regering van Filips de Goede (10 september 1419 - 15 juni 1467), dl I: tot de onderwerping van Brugge (4 maart 1438), Brussel, 1990: , 509
-
(3031) BLOCKMANS (W.P.) (ed.), Handelingen van de leden en van de staten van Vlaanderen : regering van Filips de Goede (10 september 1419 - 15 juni 1467), dl I: tot de onderwerping van Brugge (4 maart 1438), Brussel, 1990: , 547
-
(3034) BLOCKMANS (W.P.) (ed.), Handelingen van de leden en van de staten van Vlaanderen : regering van Filips de Goede (10 september 1419 - 15 juni 1467), dl I: tot de onderwerping van Brugge (4 maart 1438), Brussel, 1990: , 564
-
(3037) BLOCKMANS (W.P.) (ed.), Handelingen van de leden en van de staten van Vlaanderen : regering van Filips de Goede (10 september 1419 - 15 juni 1467), dl I: tot de onderwerping van Brugge (4 maart 1438), Brussel, 1990: , 577
-
(3263) Strubbe (1936-38)
-
(3396) DE LICHTERVELDE (P.), Un grand commis des ducs de Bourgogne. Jacques de Lichtervelde, seigneur de Coolscamp, Brussel, 1943:
-
(3397) BOONE (M.), Particularisme gantois, centralisme bourguignon et diplomatie française..., in: Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, 152, 1986, pp. 49-113:
-
(3398) FOPPENS (J.F.), Histoire du Conseil de Flandre, Brussel, 1869: , 96-97
-
(3399) Varenbergh (1892-1893)
-
(3400) DE LICHTERVELDE (P.), Jacques de Lichtervelde seigneur de Coolscamp. Bailli de Courtrai 1394-1395, in: Mémoires du Cercle Historique et Archéologique de Courtrai, Kortrijk, 1936:
-
(3401) VANHEULE (M.), De familie van Lichtervelde, heren van Staden, in: Het gebied van Staden, 13, 1983, pp. 368-398:
-
(3402) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1602, 122v
-
(3542) VAN ROMPAEY (J.),Het grafelijk baljuwsambt in Vlaanderen tijdens de Bourgondische periode, Brussel, 1967 (VKAWLSK, KL, nr. 62): , 221-224, 614
-
(3736) De Borchgrave, C1.38, VL27
-
(3806) KOPPMANN (K.) & VON DER ROPP (G.) (ed.), Die Recesse und andere Akten der Hansetäge von 1256 bis 1430, 8 dln., Leipzig, 1870-1897: , VIII, 212
-
(3830) CUVELIER (J.), DHONDT (J.) & DOEHAERD (R.), Actes des Etats Généraux des anciens Pays-Bas, 2 dln., Brussel, 1978 (KCG): , 12, 59, 74, 109, 117
-
(4044) HLS2-3, 22, ... passim, 1270
-
(4072) Stadsarchief Brugge: , Register Wetsvernieuwingen 1422-43, f°1
-
(4354) DELEPIERRE (O.) & PRIEM (F.), Précis analytique des documents que renferme le dépôt des archives de la Flandre Occidentale à Bruges, 3 dln., Bruges, 1840-1842: , X, passim
-
(4658) MUSSELY (Ch.) & MOLITOR (E.) (ed.), Cartulaire de l'ancienne église collégiale de Notre Dame à Courtrai, Gent, 1880: , 278-279
-
(5383) GILLIODTS-VAN SEVEREN (L.), Inventaire des Archives de la Ville de Bruges: section première: inventaire des chartes. Première série: treizième au seizième siècle, 6 dln.+ tables, Brugge, 1871-1876: , III, 391
-
(5384) GILLIODTS-VAN SEVEREN (L.), Inventaire des Archives de la Ville de Bruges: section première: inventaire des chartes. Première série: treizième au seizième siècle, 6 dln.+ tables, Brugge, 1871-1876: , III, 443, IV, 221
-
(5396) DIEGERICK (I.L.A.) (ed.), Pieter van de Letewe. Wetsvernieuwinge der wet van Ypre van het jaer 1443 tot 1480 met het geene daer binnen deze tijt gheschiet is, Brugge, 1863: , passim
-
(5476) TITS-DIEUAIDE (M.J.) (ed.), Lettres de Benoît XIII, dl. II: 1395-1422 (Analecta Vaticano-Belgica. Documents relatifs aux anciens diocèses de Cambrai, Liège, Thérouanne et Tournai), Brussel-Rome, 1960: , 201
-
(5625) BERLIERE (U.) e.a., Monasticon Belge (voortgezet door het Centre National de recherche d'histoire religieuse): , III/4, 1128-9
-
(5838) DENYS (J.), Inventaris van het archief van de familie Van Pottelsberghe en van de aanverwante families, Brussel, 1983: , n° 233-238
-
(5904) VAN ACKER (L.), VERVENNE (R.) & CALLEWAERT (R.), Geschiedenis van Koolskamp, Koolskamp, 1976: , 108-115
-
(5905) VAN ACKER (L.), VERVENNE (R.) & CALLEWAERT (R.), Geschiedenis van Koolskamp, Koolskamp, 1976: , 18-43
-
(6018) BLOCKMANS (W.P.) (ed.), Handelingen van de leden en van de staten van Vlaanderen : regering van Filips de Goede (10 september 1419 - 15 juni 1467), dl I: na de onderwerping van Brugge (4 maart 1438), Brussel, 1995: , n° 748, 1266 en passim
-
(6019) BLOCKMANS (W.P.) (ed.), Handelingen van de leden en van de staten van Vlaanderen : regering van Filips de Goede (10 september 1419 - 15 juni 1467), dl I: na de onderwerping van Brugge (4 maart 1438), Brussel, 1995: , n° 842, 1303
-
(6268) Koninklijke Bibliotheek Albertina, Brussel: , FM, Hs. 103, II, passim
-
(6290) DECLERCQ (K.), Feodaliteit in het Brugse Vrije, leen en familie in de ambachten Oostkamp en Sijsele (ca. 1325-1515), onuitgegeven licentiaatsverhandeling KUL, Leuven, 1984: , 326
-
(6336) GESQUIERE (G.), De Roede van Tielt, Kasselrij Kortrijk (XIVde eeuw - 1502): heerlijkheden en lenen gehouden van het kasteel van Kortrijk en het leenhof van Tielt, onuitgegeven licentiaatsverhandeling KUL, Leuven, 1982: , 412, 420, 490
-
(6397) Deboosere (1998), 184, 192
-
(6766) Uyttebrouck (1974), 707-708
-
(6848) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 4086, 51r/v
-
(6857) RAMBOER (D.), De heerlijkheid, de heren en het geslacht van Lichtervelde: een oud verhaal, in: Jaarboek van de Heemkundige Kring Karel van de Poel, 10, 1994, pp. 43-58:
-
(6858) Goethals (1849-51), I
-
(6859) DE L'ESPINOY (Ph.), Recherche des Antiquitez et Noblesse de Flandres, Dowaai, 1631: , 122, 235
-
(6860) DE LIMBURG-STIRUM (Th.) (ed.), Chanoine de Joigny. Manuscrit relatif aux seigneuries de Flandre, in: HOGKO, 7, 1926, pp. 305-384; 8, 1927, pp. 31-96, 165-180, 245-264, 265-30: , I, 341, 359, II, 67, 292, 302, V, 304, 356
-
(6862) GAILLIARD (J.), Bruges et le Franc, ou leur magistrature et leur noblesse avec des données historiques et généalogiques sur chaque famille, 6 dln., Brugge, 1857-1864: , V, passim
-
(7141) Algemeen Rijksarchief Brussel, fonds Rekenkamers: 17364, 7r
-
(7221) Algemeen Rijksarchief Brussel, fonds Rekenkamers: 1770, passim
-
(7225) Algemeen Rijksarchief Brussel, fonds Rekenkamers: 17771, jaren 1427-1428, 1436-37, 1438-39
-
(7321) Algemeen Rijksarchief Brussel, fonds Rekenkamers: 1111, 86
-
(7461) SOENS (T.), Rentmeesters, tollenaars en de anderen. Een onderzoek naar de beheerders van het grafelijk domen in Vlaanderen (1372-1404), III, bijlagen, onuitgegeven licentiaatsverhandeling RUG, Gent, 1999:
-
(7818) MOERMANS (K.), De culturele expressies van de raadsheren van de Raad van Vlaanderen (1419-1477), onuitgegeven licentiaatsverhandeling RUG, Gent, 1999:
-
(8030) BRAND (H.), KRUSE (H.) e.a. , o.l.v. PARAVICINI (W.), Databank van de Bourgondische hovelingen, Deutsches Historisches Institut te Parijs: