Antecedenten en origine: * dit was waarschijnlijk een Kortrijkse schepenfamilie die zich uiteindelijk te Gent vestigde; misschien ook afkomstig uit Wavrin, waar een vroegere Jehan Wielant gehuwd was met Jehanne de Wissocq; hun zoon Jan II zou dan gehuwd zijn geweest met Beatrijs Vlamincx, overleden in 1374, dochter van Antoon, burchtvoogd van Wijndale, en was heer van Beauvoir te Wavrin; deze Jehan II werd soms omschreven als "pair du château de Wavrin" en kreeg van Filips Wielant in zijn memoriaal in superscriptie de kwalificatie van "escuier" mee [waarschijnlijk is dit een "geforceerde" genealogie, de familie behoorde toen zeker nog niet tot de adel] (7133)
Ouders: verschillende versies: * Floris Wielant, en Judoca van den Brande, geboren eind 14de eeuw (2537) * ofwel: Floris Wielant en Christine van den Brande (2538) (6294) [allemaal fout, wat illustreert hoe onbetrouwbaar veel van de informatie over de namen van echtgenotes is] * [waarschijnlijkste versie:] Floris Wielant en Isoye van den Brande (6314) [volgens De Joigny en door Monballyu met archiefdocumenten bevestigd] (3470) * [volgens Douxchamps:] Florens Wielant en Yseut van den Brande; zij stierf op 10/9/1404 en hij hertrouwde met Catharina van Kalken in 1410; hij stierf op 5/3/1435; Florens zou ook deken van de draperie in Kortrijk zijn geweest in 1386 (7133); Floris Wielant was schepen van Kortrijk en diebns vader Jan Wielant was kastelein van het kasteel van Wijnendale (2538) gestorven 5/3/1435 (3470); Floreins Wielant schepen van Kortrijk 1428, 1430 (4249); Yseut van den Brande was een dochter van Gillis, heer van Bavikhove, raadsheer en hofmeester van FdS, en van Maria van Vlencken of de Flencques (7133) Broer: Florens, licentiaat in de rechten (3453), pensionaris van Ieper "ten rade ende clerc ten buffette", commissie 10/10/1432-1465 (6255), afgevaardigde van Ieper op Ledenvergaderingen v1432 (3032), v1434 (3042), v1438, 1439 (6012) In 1450 woonde Jan Wielant de eerste mis bij van zijn schoonbroer Raso van de Kethulle, kanunnik te Kortrijk (4560)
Hij trouwde met de ongeveer 16-jarige Catharina van de Kethulle, 1423- 22/5/1479, vrouwe van Scoppeghem, gehuwd met contract van 20/4/1439, begraven in de Gentse Sint-Jacobskerk in de Sinte-Catharinakapel (7133), dochter van raadsheer Jan en zuster van raadsheer Frans (2496) (6294); de hertog schonk hem hierbij 6 zilveren tassen [12 marc van Troyes zilver] (7133)
Hij verwekte bij zijn vrouw 12 kinderen van wie er bij zijn dood nog 5 in leven waren (6294) * mr. Filips Wielant, topambtenaar en vooraanstaand rechtsgeleerde [zie voor zijn in de literatuur in ruime mate beschreven carrière] (3470) * zijn dochter Florentine Wielant, vrouwe van Bavikhove, geboren te Ieper in 1451, gestorven te Vichte op 1/4/1524, huwde eerst met Willem, heer van Heule, Oosthove in Wervik en Westhove in Nieuwkerke, Leeuwergem, Beerlegem, burchtvoogd van het kasteel van Kortrijk v1479; toen deze in 1487 door Gentse opstandelingen werd omgebracht, hertrouwde ze met Jacob, heer van Vichte, heer van Zandvoorde bij Ieper, ridder, erfelijk maarschalk van Vlaanderen [een oude functie, verbonden aan de titel van heer van Vichte], raadsheer van Karel V (6314) * hij huwde zijn dochter Johanna uit in 1460 aan Cornelis de la Barre, schildknaap en heer van Moeskroen (3860); Johanna Wielant, leenhoudster van lenen te Saint-Genois, Steeland, Bellegme, Lauwe, Tourcoing, Opbrakel, gestorven te Moeskroen op 23/5/1504, in 6/1460 te Gent gehuwd met Cornelis van der Bare, schildknaap, heer van Moeskroen, Luingne, Herseaux etc., voorsnijder van FdG, hofmeester van Margaretha van York, baljuw van Kortrijk, commissaris van wetsvernieuwingen in Oudenaarde v1482, afgevaardigde op de Staten Generaal te Gent v1482, geboren ca. 1425 en gestorven te Moeskroen op 18/10/1489 en begraven met zijn echtgenote in de kerk van Moeskroen, zoon van Oste dit Tiercelet, raadsheer van FdG (6861); volgens Boncquet [geen bronvermelding] was het Jacoba Wielant, en was Cornelis heer van Moeskroen en Luingne; ze kregen een zoon Jacob, schildknaap, heer van lassus en d'Oultrepret (6297) * Josse Wielant, geboren te Dendermonde 1/5/1452, afgestudeerd in Leuven 1473; in het testament van zijn vader werdvoorzien dat een inwoner van Leuven een som geld kreeg om zijn verblijf en studies daar te betalen; priester, monnik en dan prior van de Sint-Pietersabdij te Gent, gestorven aldaar op 16/1/1507; bij vergaderingen van de vrienden en magen van het Wenemaer-hospitaal (6861) (7133) * Jan, geboren te Ieper 15/11/1454, gestudeerd in Leuven 1473-1474, heer van Scoppeghem v1479, gehuwd met Margaretha van Boonem [familie uit Brugse Vrije, volgens Douxchamps was ze dochter van Jan van Boonem, burgemeester van Brugge en schepen van het Vrije: twee personen], beiden stierven in 1486 aan de pest en lagen begraven in de Brugse Sint-Jacobskerk (6843) (6861); van zijn schoonvader Jan van Boonem had hij als huwelijksgift een leen van 25 gemeten in Zuienkerke gekregen (7172)
Gestorven op 1/6/1473, de kwitantie met zijn wedde getekend door Catharina van de Kethulle en Filips Wielant (1890); volgens Foppens op 1/7 (3442); volgens Santens uit RAK, Ennetières op 1/7/1475 (6294)
Klerk van het register in de RVV [als klerk van de griffier? dus van Jan van Gent] v1423 (7133) Adjunct van Daniel Alaerts in een enkwest te Oudenaarde v1423 (7133) Klerk van mr. Jan van Gent (2536), v1427 (3328), v1428, v1429 (7133) Vervanger van Jan van Gent als secretaris, vermeld in hofordonnantie v1426 (7133) Plaatsvervangend secretaris van de hertog, ter vervanging van mr. Jan van Gent, sinds 12/11/1430 (8038) v1432 (572), hij ontving in dit jaar de emolumenten van het geheim zegel in afwezigheid van secretaris Jehan de Chapuis (2541), 1437, en nog steeds suppleant, nu ter vervanging van mr. Gauthier de la Mandre (8038) (2542); vermeld als titularis in de hofordonnantie 1438 (656), in 1445 nog steeds titularis, te vervangen door Jehan Milet, maar in 1449 niet meer vermeld in de hofordonnantie (2541) en (2542); nochtans nog vermeld als secretaris in 1450 (786), 1462 (1816) Sinds 18/7/1432 kreeg hij voortaan 200 fr van 32 gr per jaar voor zijn onkosten in dienst van de hertog (546); dit pensioen werd per brief van 13/12/33 toegekend aan Loys Dommessent op het ogenblik dat Jehan griffier van de RVV werd (572)
Griffier van de RVV, commissie 14/12/1433 (7133), v1440-41 (194), 1441, in dit jaar melding van zijn jaarwedde van 210 lb par [sic], waarvan hij wel zijn materiaal moest aanschaffen zoals pen, papier, perkament en inkt (1609); 1444 (1669); 1450 (786), 1452-1453: nu nog slechts aan 100 lb par per jaar (1708), v1457-58 (1732); v1462 (1816) Raadsheer [titulair] benoemd in 1459; hij bleef nog griffier van de RVV (7133) Raadsheer in de RVV, commissie 4/6/1463; in 1464 364 dagen aanwezig [met inbegrip van zijn activiteiten voor de GR mbt de hoge justitie te Middelburg tussen 21/4 en 3/5/1464] (1827); in 1465 348 dagen aanwezig (1847); in 1467 360 dagen aanwezig (1846); in 1469 361 dagen aanwezig (1858); in 1473 158 dagen aanwezig, tot aan zijn dood op 1/6/1473 (1890) Hij was aanwezig op de zittingen 1464 (2437), 1465 (2449), 1466 (2461)
Leen- en grondbezit: * in 1435 erfde hij van wijlen zijn vader Florens Wielant het leen Beauvoir (3885); in 1452 betaalde hij zijn leenheer, de heer van Wavrin, 10 lb par als afkoopsom voor de heervaart tegen de Gentenaars waartoe hij uit hoofde van dit leen verplicht zou zijn geweest (3914); het leen Beauvoir, gehouden van de heer van Wavrin [Wallerand de Berlettes, raadsheer en kamerling van FdG], strekte zich uit over de parochies Wavrin, Wattignies en Weppes (7133) * in 1435 hield hij 1 gemet in achterleen van het leen van Jan van Laere in de parochie Waasmunster, gehouden van het leenhof van Waas (6414) * via zijn huwelijk met Catharina van de Kethulle controleerde hij de 11 leengoederen die zij te Pittem bezat [cfr. leenbezit Jan van de Kethulle], in totaal 24 bunder; hij breidde dat patrimonium nog verder uit tot 41 bunder [ca. 58 ha]; hij voegde er eerst en vooral de oude hoeve met vestingsmuren aan toe die nog van Hendric van de Kethulle was geweest, het Goed te Oyghem, onduidelijk op welke manier, en nog een kleinere hoeve van 3 bunder die hij gekocht had van een zekere Jehan de Corte (7133); haar oudste broer Jan maakte in 1438 aan Catharina van de Kethulle, de 11 kleine leengoederen in Pittem over, overeenstemmend met het domein van haar grootvader Hendric van de Kethulle: het Personaetschap, de Gavermeersch, de Meulenmeersch, de Grote en de Kleine Tuerlein etc., die zo in handen van de Wielants komen; op de één of andere manier is ze ook in bezit gekomen van Scoppeghem, een achterleen van Zwevegem (7133) * op 8/9/1437 bevestigde de hertog dat hij verschillende stukken Vlaamse moer overliet aan mr. Jan van Gent en mr. Jan Wielant, zijn secretarissen, in ruil voor een rente van 500 lb par, die ze bezet hadden op "la terre de Wervicq" (1512) * hij investeerde ook in de indijking van polders en moergronden (7133) * qua cijnsgronden bezat hij nabij Kortrijk, Menen, Beveren bij Roeselare en Wevelgem, de gronden genaamd Puthelt en te Meninghen Hove nabij Ieper; in totaal bracht dit 214 lb par jaar op (7133) * in 1446 verkochten Jacob van Hemsrode en zijn vrouw Katelijne van den Woenstene [sic] een erfelijke jaarrente van 20 lb gr torn, bezet op de heerlijkheid van Landergem in de parochies Anzegem en Ingooigem, aan Jan Wielant (3912) * de lenen en goederen die hij te Everbeke bezat waren het resultaat van een reeks aankopen, door Jan verricht tussen 1442 en 1457 of later (7133): bij de dood van Jan erfde zijn zoon Filips Wielant twee lenen te Everbeke in de kasselrij Ath in Henegouwen, het ene gehouden van het leenhof van Bergen, een ander van de heerlijkheid Hauretz [?] "a cause de sa terre de Beverne" met nog enkele bijhorende cijnsgronden en nog andere inkomsten.; Filips de Goede schold Jan en zijn vrouw Katarina van de Kethulle in 1443 het albaniteitsrecht kwijt, in geval zij op hun goederen aldaar zouden komen te overlijden; vlak daarvoor had hij nog een dagwand grond te Everbeek gekocht van Joos de le Beque, de voormalige meier van die plaats (3898); in 1442 kocht hij ook een leen gehouden van de heerlijkheid van Bieverne te Everbeke, genaamd Le Hasoit; in Everbeke bezat hij ook een allodium genaamd l'Aluecq de le Warde, dit alles aangekocht van schildknaap Jan de Callebroecq (3961); in 1449 kocht hij de lasten af die nog op deze goederen rustten, van Christoffel Dugardin, klerk en inwoner van Twee-Akren (3951); in 1450 breidde hij zijn grondbezit in Everbeke verder uit door perceeltjes op te kopen, gelegen naast de hoeve van le Hasoit (3913); hij had ook het leen Le Walle in Everbeke (3957); hij had er in 1450 dus een heerlijkheid met meier en schepenen (3962); in 1461 kocht hij de erfelijke jaarrente van 100 lb tourn, bezet op zijn leen le Hasoit, af van Jan Duponchiau (3964); die heerlijkheden staan ook bekend onder de naam Haysoete en Ten Walle in Everbeke (6294) * de goederen te Everbeke omvatten: een reeks gronden gekocht in 6/1442 van Jehan de Callebroecq, schildknaap: op 6/6/1442 kocht Jan Wielant een leen gehouden van de heerlijkheid Biévène; op 19/6/1442 het leen Ten Hazoten [Le Hasoit], gehouden van het Leenhof van Bergen; op 21/6/1442 de rechten van Jehan de Callebroecq's echtgenote op het leen Le Walle, gehouden van de heerlijkheid Everbeke; het allodium de le Warde, ofwel allodium van Everbeke; nog diverse andere stukjes grond; in 1450 2 vierendelen grond nabij de hoeve van Le Hasoit en een erfrente van 48 s tourn Henegouwse munt; in 1461 een erfrente van 100 lb tourn die op zijn leen Le Hasoit zat, ten voordele van Jehan Duponchiau; uit hoofde van al zijn bezittingen aldaar ging zijn zoon Filips zich uiteindelijk dan heer van Everbeke noemen, terwijl de ware heer van Everbeke op dat moment de hertog van Aarschot was want het leen Le Walle werd van één van zijn leenhoven gehouden (7133) * de vrijstelling van het albaniteitsrecht voor Jan en zijn vrouw, zou ook door latere vorsten aan Filips Wielant gegeven worden (7133) * bij de dood van maistre Jehan Deschamps, kanunnik en scholaster in het Sint-Pieterskapittel te Rijsel, had Jan, samen met zijn broer Florens en twee volle neven een erfenisconflict met het kapittel over 26 gemeten land bij Diksmuide in de kasselrij Veurne; ze gaven uiteindelijk toe in ruil voor een missen (3453) * in 1457 had hij te Wavrin het leen Le Bus in bezit, gehouden van het leenhof van het kasteel van Wavrin (3456); dit heeft hij ook van zijn vader geërfd (6294) * in 1461 kocht hij de heerlijkheid Lander,gem, gelegen in de parochies Anzegem, Tiegem en Ingooigem, gehouden van de Stenen Man te Oudenaarde (3860); in 1467 stond hij deze heerlijkheid af aan zijn oudste zoon Filips (6294); met deze aankoop was Jan Wielant eindelijk ook dorpsheer (7133) * in 1461 werd een denombrement opgemaakt van zijn leen 't Cleene Heerscip in de parochie van Ingooigem, gehouden van het leenhof van Petegem geheten Beaulieu buiten Oudenaarde (3965) * in 1469 kreeg hij het tiende te Vrendyc [Assenede-Ambacht] en omgeving dat hij voor 150 lb gr had gekocht, na een uitspraak van de RVV (3969) * heer van Bavikhove (6294) * in 1460-61 kocht hij de heerlijkheid Te Venissien van Felix van Gistel, zoon van Gerard, maar droeg hem onmiddellijk weer over aan Rogier van Halewijn, heer van Zwevegem (6314); die verwierf de heerlijkheid via het familiale naastingsrecht, ondanks het gratis octrooi dat Wielant van de RK had verworven en waarvoor hij ze bedankte (7657) * in 1462 kocht hij [volgens het hs. De Joigny] van Willem van den Brande de heerlijkheden Bavikhove en Ter Couter; in feite verkocht Willem ze aan Denys van der Piere voor 203 lb gr, maar Florentine Wielant, dochter van Jan, eiste vererving op volgens het recht van "naerhede" of familiale naastingsrecht waarbij de bloedverwanten van de verkoper het goed mochten terugnemen uit handen van een vreemde koper, mits betaling van de verkoopprijs en de redelijke kosten; vermits Jan Wielant op bepaalde momenten als heer van Bavikhove vermeld wordt, kunnen we veronderstellen dat hij in deze als voogd van zijn dochter optrad; in 1479 verpachtte diens schoonzoon Willem, heer van Heule dan als voogd van zijn vrouw Florentine het leen Ter Coutere voor 9 jaar aan Gerard Brayen, inwoner van Bavikhove (6314) * in 1467 kocht hij van zijn toekomstige schoonzoon Willem van Heule, een heerlijke rente ten bedrage van 25 lb gr, een achterleen van het Hof van Heule, op voorwaarde dat deze na de dood van Jan, naar zijn dochter Florentine Wielant zou overgaan (6360) (7177) * hij en zijn broer Florens kregen een aandeel in de nalatenschap van Jan Deschamps, kanunnik van Sint-Pieters te Rijsel, 8/5/1461 (3849); het betrof 26 gemeten grond te Sint-Jacobskapelle en Oudekapelle (3860)
Leenbezit verwanten; * zijn dochter Florentine bezat in 1503 het achterleen de Hazeweede in de parochie Gullegem, van het Hof van Heule, gelegen in de Roede van Menen (6360) * zijn dochter, die gehuwd was met Cornelys van der Varen, hield in 1435 3 streken tienden binnen de Vier Ambachten in achterleen van tienden die Filips van Artrijke hield van het leenhof van Waas (6414) * uit Jans erfenis blijkt dat hij zijn lenen al grotendeels aan zijn kinderen had uitgedeeld als "avancement de mariage": de oudste dochter Jehanne kreeg het leen Beaulieu, gehouden van de heer van der Gracht, een tiende te Steelant, 2 lenen te Bellegem, gehouden van de heerlijkheid Roncheval, een leen te Bellegem gehouden van het Kasteel van Kortrijk; een leen te Tourcoing, een leen genaamd Le Vichte te Opbrakel en baar geld; Florentine kreeg de heerlijkheid Bavikhove, verschillende tienden, een leen te Heule, baar geld en kleren; de nog jonge Josse en Jan kregen minder: de laatste kreeg een tiende en 3 kleine lenen, gehouden van Ingelmunster en Heule; Josse trad in in de Sint-Pietersabdij en hoefde dus geen lenen te krijgen; de bulk van alle goederen ging natuurlijk naar de oudste zoon Filips Wielant (7133)
Huizenbezit:
* hij had van zijn vader een huis geërfd te Ieper, dat hij verhuurde voor 24 lb par per jaar (7133); na zijn dood verkocht zijn weduwe het voor 36 lb gr (7959)
* hij bezat de helft van het huis Werregaeren, op de hoek van het gelijknamig steegje en de Hoogpoort te Gent, aangekocht in 5/1472 en verhuurd voor 36 lb par (7133)
* hij bezat de helft van een huis in Sluis aan de Reye [Damse Vaart], verhuurd voor 12 lb, dat bij zijn dood echter al een paar jaar "vague et inhabitee" stond (7133) (7959)
* hij woonde in het Braemsteen in de Onderstraat te Gent, dat zijn echtgenote Catharina had geërfd van haar vader Jan van de Kethulle (2536); de meeste van de kinderen van Jan van de Kethulle hadden hun deel van het ouderlijk huis Braemsteen op een of andere manier overgemaakt aan hun schoonbroer Jan Wielant of aan hun moeder; Frans behield zijn deel echter tot aan haar dood, waarna hij 10/14 van het huis in ondeelbaarheid bezat met zijn broers Hendric en Diederic; de rest behoorde aan Jan Wielant, die hen uiteindelijk allemaal stukje per stukje uitkocht; na de dood van zijn schoonmoeder Elizabeth Eebins, ging hij er wonen met zijn vrouw; bij het huwelijk van zijn zoon Filips schonk hij hem het huis, weliswaar met levenslang vruchtgebruik voor hem en zijn vrouw (7133)
* hij had het albaniteitsrecht te Everbeke eigenlijk voornamelijk gevraagd omdat hij en zijn vrouw van plan waren daar veel te verblijven, zodat er ook kans was dat ze er zouden komen te overlijden (7712)
Rentenbezit: * in 1461 kocht hij een erfrente van 100 lb tourn af, die ten gunste van Jehan Duponchiau was bezet op zijn leen le Hasoit (3860) * in 1457 kocht hij een rente op de heerlijkheid La Vichte, ten gunste van zijn dochter Florentine (7133) * in 1467 kocht hij een erfelijke jaarrente van 300 lb Vl [sic, = par, denk ik] bezet op de heerlijkheid van Heule, van ridder Willem, heer van Heule en Leeuwergem (3931) [= bij leenbezit] * hij bezat lijfrenten op de stad Brugge en een hele portefeuille renten op Geraardsbergen en Sluis, op goederen te Hulst en Kortrijk; en lijfrenten voor zijn kinderen en echtgenote op Sluis, Damme, Brugge en Ieper; ook voor [een latere raadsheer] Godevaert Hebbelin's echtgenote Catherine van den Ryne (7133)
Krediet: * bij zijn dood stonden nog verschillende mensen bij hem in het krijt: zijn ontvangers, de koper van het huis te Kortrijk dat van zijn vader was geweest, huurders met achterstallen etc. (7133)
Andere: * gouden en ander vaatwerk nagelaten bij zijn erfenis (7133) * contant geld dat hij bij zijn dood liggen had (7133) * de roerende goederen op zijn erven te Menen, Wevelgem, Roeselare, Ieper en Pittem; in Scoppeghem waren er geen (7133)
Wapen: * [volgens het grafschrift in de versie Gailliard]: "d'argent à trois fusées, ou losanges, accolées d'azur. Cimier: un vol aux armes de l'eau" (7133) * een witte achtergrond met 3 blauwe ruiten in het midden; andere helft is het wapen van de Kethulle. [Juiste kleuren?] (7879) (7878)
Studies: * geen rechtenstudies gedaan, de meestertitel is honorifiek en nam hij pas op latere leeftijd aan; volgens (2538) begon hij zijn carrière als raadsheer waarschijnlijk als praktisijn (7878)
Stichtingen: * hij stichtte een donderdagsmis in de Gentse Sint-Jacobskerk (7880) (7878) * hij had 6 lb 12 s par betaald om zijn overlijden overal aan te kondigen waar het nodig was; tijdens zijn begrafenis, waarbij ze in een stoet liepen naar zijn graf, werd zijn lichaam gedragen door "freres" [broeders van een bedelorde?); hij stichtte 30 missen, elke mis 4 penningen groten waard; er werd niet bij vermeld in welke kerk hij deze missen stichtte, noch waar hij nu precies begraven ligt (7878) * stichting van Filips Wielant van 14/12/1489 waarbij hij een stichting doet van 4 jaargetijden en aalmoezen, elk jaarlijks, eeuwig en erfelijk te vieren voor het zieleheil van zijn vader en moeder, van zijn echtgenote en voor zichzelf in de Sint-Jacobskerk te Gent (7878)