Wouter van der Gracht

Sociaal

(4606), (7042), (7043), (7049) t.e.m. (7055) en (7111) en archiefgegevens verwerkt in genealogie, voornamelijk gebaseerd op de familiestudie van Vercaemst (7055): daaruit blijkt o.m. dat deze familie verwantschapsbanden vestigde met de adellijke families Boetelin, van Moerkerke, van der Capellen, van Halewijn, van Heule, van Gistel, van Stavele en de Ligne; zijtakken waren ook verbonden met Patijn, van Steelant, van Hole, van de Woestine, van Oudenaarde, van Massemen, van der Meersch etc.

Antecedenten en origine

  • in 1220 werd voor het eerst melding gemaakt van iemand met de naam de Fossis, of de Fossato, in de kasselrij Kortrijk; al in 1102 sneuvelde Willem van der Gracht als ridder in het Heilig Land; in 1190 melding van Willem de Fossato in Roborst; deze of één van zijn nakomelingen verwierf waarschijnlijk via een huwelijk een deel van de oude heerlijkheid Moorsele, dat dan vernoemd werd naar de heerlijkheid Ter Gracht die er al in Roborst was (7055)
  • daarnaast was er ook al vóór 1300 een andere familie de Fosse nabij Béthune (7111)
  • de heerlijkheid ter Gracht bevond zich te Moorsele en hing af van het leenhof van Kortrijk (3869)
  • deze adellijke familie zou zich als een geslacht van "heerlijkhedenverzamelaars" ontwikkelen tot één van de belangrijkste van de regio: de eerste duidelijke gegevens over hun bezit, na 1300, wijzen naast de kern van het patrimonium te Moorsele, op bezittingen in nabijgelegen parochies zoals Ten Ackere in Ledegem of Te Nieuwenhuus in Kuurne; vanaf het jaar 1400 was er ook bezitsuitbreiding in wat verder afgelegen gebieden zoals het Land van Aalst, het Land van Waas, het Land van Beveren en de Vier Ambachten; door aankopen en huwelijken bleef de patrimoniale politiek vooral gericht op het uitbouwen van een overheersende positie in de eigen kasselrij (7055)
  • Wouter I van der Gracht was onder Gwijde van Dampierre al baljuw van Douai en dan van Aalst; samen met zijn zoon - Diederik III vergezelde hij de graaf in 1300 zelfs in zijn Franse gevangenschap (7055)
  • Wouter van der Gracht, schepen van Geraardsbergen 1324, 1325, 1331 (4606)
  • de 14de-eeuwse Diederik III en Wouter II waren hoofdpointers in de kasselrij Kortrijk (7055)

Familie

Wouter III [de nummering van Vercaemst], geboren in 1416 kreeg dezelfde voornaam als zijn op dat moment waarschijnlijk al overleden ouder broertje (7055) Vader: Guidolf van der Gracht (3846) Moeder: Isabella van Halewyn (3846) Broers: * Adriaan, 1426/35-1488?, heer van Schardau, Te Walle in Kooigem en Ter Buckinghe in Bellegem, gehuwd met Joosine van der Mersch, weduwe van mr. Gillis van der Woestine, afgevaardigde van de Vlaamse adel op de Statenvergadering in 1464, ridder v1469 * Jan, 1435-1477, schildknaap, heer van Westouter, gehuwd met Margareta Boudins, dochter van Jacob, bij haar had hij Maria en Adriana als dochters; gesneuveld in 1477 voor Doornik, "aan de zijde van de hertog van Gelre" [Gailliard] * Rogier, 1427/1437- vóór 1458? (7055) Zusters: * Maria, 1418-1481, gehuwd met ridder Rogier van Schorisse, heer van Sint-Maria-Horebeke, geen kinderen, liet te Geraardsbergen een nieuw karmelietenklooster oprichten; * Margareta, geboren 1421 * Joosine, geboren 1423 * Filippine, 1424-1462, trad in het OLV-klooster van Broekburg * Isabella, 1426/35-1480, gehuwd met Robrecht van Rokeghem, schildknaap * Barbara, geboren in 1438, gestorven vóór 1458 [?] (7055)

Huwelijk

In 2/1448, op 32-jarige leeftijd huwde hij met Elizabeth [Isabella] van Heule, dochter van Rogier Boetelin gezegd van Heule, heer van Heule en Beatrijs alias Maria van Massemen, dame van Leeuwergem en Elene; ze stierf op 19/5/1492 (7055) (3846); Elisabeth van Heule [=?] was zuster van Willem, heer van Heule (3881)

Nageslacht

Hij had 5 bastaarden: * Cornelis, verwekt bij "eener joffer gheheeten Durf" uit Zeeland, aan wie hij in 1443 300 lb par beloofde bij zijn overlijden * Antoon, aan wie hij eveneens deze som beloofde * Magdalena, aan wie hij bij haar huwelijk 3 huizen in Diksmuide schonk * Francisca en Isabella, voor wie hij lijfrenten kocht voor 144 lb par (7055) Bij Elizabeth van Heule had hij 10 kinderen: * Wouter 14/6/1449-1483, op 23/10/1478 tot ridder geslagen en door MvO samen met zijn vader voor het leven aangesteld als kapitein van het kasteel van Kortrijk, kreeg in afwachting van het familiepatrimonium al eerder de heerlijkheid van Vollander; hij stierf vroeg en ongehuwd en liet enkel een bastaard Gaspar na, verwekt bij Anna Bollin (7055) * Diederik, geboren 10/3/1454, overleed vroegtijdig * Cornelis, geboren 1456 * Olivier, geboren 8/2/1459 * Isabella, geboren 4/10/1461 * Frans, geboren 4/10/1462, huwde met Antonia van Stavele * Maria, geboren 1/4/1466 * Simon, geboren 10/4/1469 of 1470 n.s. * Adolf, geboren 29/11/1471, die als dooppeter Adolf van Gelre had, door Wouter bewaakt in 1471 * Maarten, geboren 28/2/1474, die de heerlijkheid Ten Oosthove in Wervik zou erven (7055)

Statuut

  • de 12de-eeuwse familie van der Gracht behoorde al tot de adel; waarschijnlijk waren de van der Grachts in de 12de en 13de eeuw nog bescheiden "nobiles" en werkten ze zich in de late middeleeuwen op tot "nobiliores" en in de 15de eeuw "nobilissimi" (7055)
  • niet enkel de familiehoofden, ook andere leden van de hoofdtak, droegen de riddertitel (7055)
  • samen met zijn vader Geldolf I en zijn broers en zusters werd hij in 1440 vermeld als buitenpoorter van Kortrijk (7055)
  • vóór 12/1451 was hij al tot ridder geslagen (7055)

Netwerken

  • hij was in 1482 blijkbaar zowel voor MvO als voor de Leden politiek aanvaardbaar; hij speelde in 1488 een rol in de onderhandelingen om MvO vrij te krijgen uit Brugge (7055)
  • de peetouders van de oudste zoon Wouter waren Wouter van Halewijn, zijn grootvader Geldolf I van der Gracht (7055)

Overlijden

1416-25/10/1505 (7055) [89 jaar oud!]

Contemporaine vermeldingen

  • veel Kortrijkse buitenpoorters te Menen van deze familie (6163)
  • mr. Jan van der Gracht, pensionaris van de Keure van Gent en afgevaardigde op Ledenvergaderingen 1473, 1474, 1475, 1476 (6074),
  • mr. Jan van der Gracht, toonder en pensionaris van Ieper en afgevaardigde op Ledenvergaderingen 1480 (6093)
  • Jan van der Gracht, schepen van Kortrijk en afgevaardigde op Ledenvergaderingen 1474 (6074)
  • Frans van der Gracht, heer van Leeuwergem v1494 (3879) was zijn zoon, aan wie hij uiteindelijk het kapiteinschap van Kortrijk afstond (3894)
  • Bouden van der Gracht van Pamele werd in 1366 poorter van Oudenaarde (5367)
  • Olivier van der Gracht werd in 1389 poorter van Oudenaarde (5367)
  • Jan van der Gracht, schepen van Dendermonde v1408-1409 (4187)
  • een Roeland van der Gracht, te Dadizele, schoonbroer van de vader van mr. Gilis Patin (7483)
  • in 1450 schreef kanselier Nicolas Rolin een aanbevelingsbrief aan het Brugse Vrije voor de benoeming van Joris van der Gracht in het ambt van klerk van het Vrije (4468)
  • Joris van der Gracht, "clerc ter waerheden" van de Sint-Donaas- en OLV-zestendelen te Brugge 1470, Joris van der Gracht 1475 (4170)
  • een aantal leden van deze familie verbleef eind 14de eeuw te Gent (5932)
  • Jan van der Gracht f. Robrecht behoorde tot de Gentenaren van wie een deel van de lijfrenten, erfelijke cijnzen en pachten werd aangeslagen gedurende de opstand van 1449-1453 (6759)
  • mr. Jan van der Gracht, herenkiezer te Gent 1476 (6691)
  • Adrien van der Gracht, afgevaardigde op de Staten Generaal van 1488 voor de Vlaamse adel (4480)
  • Olevier van der Gracht, schepen van het Brugse Vrije v1442, 1443, 1445, 1447, 1449, 1450 (4355) afgevaardigde op Ledenvergadering v1451 (6042)
  • Philips van der Gracht, zoon van mr. Jan en Johanna Huygens, raadsheer-commissaris bij de RVV ca. 1510-1538 (6565)
  • Johannes de Fossis verwierf op voorspraak van Johannes, titularis van Sint-Anastasius, priester-kardinaal, een kanunnikaat "sub expepecatione prebendae" in de Sint-Salvatorskerk te Harelbeke v1394 (5652)
  • voor Guillemus de Fossa, clericus uit het bisdom Terwaan, licentiaat in de rechten, werd een beneficium gevraagd afhankelijk van de proost van het Sint-Hermeskapittel te Ronse; niettegenstaande het bezit van een kanunnikaat met prebende en het scholasterschap in het Sint-Donaaskapittel van Brugge, en een portio in de Sint-Salvatorkerk te Brugge v1403 (5653); diezelfde was pastoor van een deel van de parochiekerk van Sint-Salvator te Brugge [overleden 9/8/1420] (5654); hij bezat ook een prebende en het scholasterschap van het Sint-Donaaskapittel te Brugge (5655)
  • Johannes de Fossa alias Gorelier, bezat een beneficie in de parochiekerk van Chièvres v1428 (5656)
  • Turianus de Riebeke in Tornaco bezat de kapelanij bij het OLV-altaar in de parochiekerk van Gistel, bediend door Karolus vander Gracht; die laatste bediende eveneens de kapel van Sint-Godelieve in de parochiekerk van Gistel, ca. 1455 (5657)
  • Robertus de le Fossée bezat de kapelanij van Sint-Hillarius in de parochiekerk van Pittem, gewijd aan OLV, ca. 1455 (5658), en de kapel in de parochiekerk van Baisieux, gewijd aan Saint-Martin, ca. 1455 (5659)
  • Christian van der Gracht, 3de schepen gedele Gent 1444, 1ste gedele 1456, 4de keure 1462, herenkiezer 1464, 5de keure 1465, in 1444 nog voor de poorterij, daarna voor de neringen (6991)
  • Gillis van der Gracht, 8ste keure 1473 (6691)
  • in 1520 werd Antoine van der Gracht gelegitimeerd, zoon van wijlen Jan van der Gracht, zoon van Boudin van der Gracht en Catherine Courtyns (7037)
  • in 1443 liet paus Eugenius IV de abt van Sint-Amands weten dat hij ridder Geldolf, heer van der Gracht, de toestemming had verleend om een kapel in te richten in het kasteel dat hij gebouwd had in Moorsele, met een seculiere geestelijke eraan verbonden (7038)
  • Geldolf, heer van der Gracht en Volandre; Boudewijn van der Gracht, heer van Zonnebeke, v1448 (7039)
  • Kerstiaen van der Gracht, schepen van gedele te Gent 1456, van de keure 1462, 1465, herenkiezer 1464 (7040)
  • Jan van der Gracht was gehuwd met Elisabeth de Baenst fa. Guy (7041)
  • volgens Foppens was Jan van der Gracht gehuwd met Jehanne Hughens, bij wie hij Filips van der Gracht verwekte, na hem heer van Melssene (7042)
  • volgens Foppens was Jan van der Gracht zoon van messire Robrecht van der Gracht en Catherine van Hole (7043)
  • volgens Foppens stierf Jan van der Gracht op 8/3/1485 (7043)
  • volgens Foppens was Jan van der Gracht doctor in de rechten (7043)
  • volgens Foppens, die zijn grafschrift uitgaf, lag Jan van der Gracht begraven in de kerk van Melsene (7043)
  • volgens Foppens was Jan van der Gracht raadsheer in de RVV vanaf het jaar "..." tot zijn dood in 1485 (7043)
  • volgens het Dagboek van Gent werd Jan van der Gracht op 7/3/1488 zonder vonnis onthoofd in het Gravensteen waar hij gevangen zat (7043)
  • Jan van der Gracht bezat een huis in de Ringhesse [Rijngasse?] te Gent (7043)
  • Jan van der Gracht zat in de vierde hoogste vermogensklasse van Kortrijk ca. 1477-1488, met een vermogen tussen de 100 lb en de 200 lb gr (7044)
  • Jan van der Gracht, schepen van Kortrijk 1454, 1472, 1474, 1479 (7045)
  • Jan van der Gracht, baljuw van Tielt v1468 (7046)
  • Jan van de Gracht, pensionaris van de keure te Gent 1472-1477, herenkiezer 1477 (7043)
  • Jan van der Gracht, pensionaris en afgevaardigde van Gent op de Staten Generaal te Mechelen in 1477 (7047)
  • Boudin van der Gracht, schildknaap v1447 (7048)

Carrière

Raadsheer en kamerling van FdG, samen met zijn vader vermeld in 1457 (7111) Raadsheer en kamerling van MvB v1477 (7111) Soeverein-baljuw van Vlaanderen in afwezigheid van Jan van Halewijn (4691) 16/5/1465-25/12/466 (7085) Soeverein-baljuw 6/6/1472-1/6/1473, zijn jaarwedde bedroeg 600 lb par (7085)

Hoofdcarrière

Raadsheer-commissaris van de RVV Hij was aanwezig op de zittingen in 1463, 23/7 "Volandere" (2434); 6/9/1474 "Wouter van der Gracht", en 19/3/1476 "Gracht"; volgens Simons zou dit mogelijk ter vervanging van Jacob de Ruddere geweest zijn (2552)

Kapitein van de Vlaamse kust [sic?]: zo inspecteerde hij tussen 31/8 en 17/9/1468 de kustverdediging (7111) Hij stond in 1478 samen met zijn zoon Wouter in voor de bewaking en de verdediging van het Kasteel van Kortrijk (3853); op 23/10/1478 kreeg hij commissie van Maximiliaan daarvoor en na hem zijn zoon Diederik (3889); hij was blijkbaar ook al eerder met deze taak belast geweest en had er al verscheidene onkosten gemaakt; op 25/4/1483 werden hij en zijn zoon door de 3 Leden van Vlaanderen in deze functie bevestigd, met instemming van MvO (7111)

Taken en dienstreizen

  • hij was in 1471 door KdS belast met de bewaking van hertog Adolf van Gelre, die te Kortrijk werd gevangen gehouden; deze werd in 1477 na de dood van KdS door Gentse opstandelingen bevrijd uit de gevangenis; hij sneuvelde op 27/6/1477 voor Doornik waar hij aan de zijde van de Vlamingen de Fransen had bestreden (7111)
  • commissaris van wetsvernieuwingen te Brugge 18/4/1477 [bijzonder geval], 27/8/1477 [ca. de gewone datum], 1478 (4116)
  • diplomatieke activiteiten met Frankrijk in 1489 (7111)
  • messire Gaultier, seigneur de le Grach, afgevaardigde van de Vlaamse adel op de Staten van 1464 (3793); eerste afgevaardigde van de adel in de Staten van 1484 (7111)
  • vrijschepen van de kasselrij Kortrijk en afgevaardigde op Ledenvergadering 1479 (6093)

Bezit

Leenbezit: * dankzij zijn huwelijkspolitiek en zijn vele aankopen zorgde hij voor de grootste uitbreiding van het patrimonium in de drie eeuwen durende geschiedenis van zijn familie die Vercaemst in rechte lijn gereconstrueerd heeft [1220-1554] (7055) * reeds vóór het overlijden van zijn vader bezat hij het goed Ter Elst en de heerlijkheid Te Vollandre te Wevelgem * bij testament van zijn vader de dato 18/8/1458 verkreeg hij alle goederen die deze had bezeten in Moorsele, en die hij ook al van zijn vader Olivier I had geërfd, m.a.w. de patrimoniale goederen, met uitzondering van te Marem: Ter Gracht, de dorpsheerlijkheid Moorsele, Te Haerlebex en de molen te Moorsele; Te Vollander in Wevelgem, Te Nieuwenhuus in Kuurne, het goed te Bavikhove, een rente genaamd De Halstermate in Bavikhove, het goed Ten Ackere in Ledegem en Ten Aerde in Lendelede; zijn vader stierf uiteindelijk op 14/9/1463 (7055) * in 1474 hield hij een achterleen van de heerlijkheid Watene, die Jan van Leeuwerghem hield van de Zale van Ieper, van 24 bunders grond in Ledegem, met een netto jaaropbrengst van 36 lb par; een baljuw, boetes tot 3 lb par rechtspraak met de schepenen van de hoofdheerlijkheid; zelf nog één achterleen; hij hield ook nog als achterleen van dezelfde heerlijkheid de tiende van Ledegem, met een jaaropbrengst van ongeveer 30 lb par (7337) * na een betwisting met zijn schoonbroer Willem over de erfenis van zijn schoonmoeder Margareta van Massemen, die op 21/3/1461 werd bijgelegd voor de RVV, verkreeg hij uit naam van zijn echtgenote een rente van 408 lb par per jaar op de heerlijkheid Heule, het derde van de lenen Elene en Cruuspaercke en andere rechten.; indien duidelijk zou blijken dat Leeuwergem ook een leen was, zou Wouter ook daarvan een derde verkrijgen (7055) * zijn belangrijkste aankopen waren: Ter Pesscherie in Wevelgem, Ten Hoyboeme en Ter Coutere in Menen, de heerlijkheid Te Overackere in Harelbeke, Te Verkins en Te Tasserick te Dadizele, Te Marem in Wevelgem, Ten Oosthove in Wervik (7055) * de vliegende dorpsheerlijkheid Wevelgem kocht hij ca. 1469 aan, waardoor hij nu twee keer dorpsheer was en zich ook als heer van Wevelgem kon betitelen (7055) * in 1470 hield hij ook de heerlijkheid Te Marem van het leenhof van Komen, die oorspronkelijk door zijn vader aan zijn zuster Maria toegewezen was (7055) * van Gerard van Kooigem kocht hij voor 1470 het achterleen Ter Merrie, gehouden van zijn eigen Hof van Moorsele en Ter Gracht, over (6362) * in 1475 werd hij vermeld als heer van Hoog-Mosscher in Kortrijk-buiten, een heerlijkheid die hij van Jan van Heule gekocht had (7055) * op 8/8/1481 kocht hij van Jan van Heule de heerlijkheid Ten Oosthove te Wervik, waarop hij al een paar zware renten bezat (7055) * als schadevergoeding voor zijn geleden verliezen in de oorlogen na 1477 kreeg hij va MvO en MvB alle verbeurde goederen van Doornikenaars onder de heerlijkheid Beerlegem, waardoor hij in conflict kwam met Jacob de Smytere, die daar een bepaalde lijfrente opeiste (7055) * ca. 1486 kocht hij de heerlijkheid Te Overackere in Harelbeke, van Filips van Wakken (7055) * toen zijn schoonbroer Willem van Heule uiteindelijk kinderloos overleed in 1487, en diens zuster Margareta waarschijnlijk ook al gestorven was, kwam de dorpsheerlijkheid en het burchtgenootschap Heule via Elizabeth eveneens in het patrimonium van de familie Van der Gracht terecht (7055) * in 1492 had hij het goed te Rysselare in Kwaadieper verworven na de dood van Jan Verse f. Wouter (7055)

Leenbezit verwanten

  • zijn vader Geldolf, 1420-1463, verwierf een aantal belangrijke goederen in Belle-Ambacht: Meteren en Westouter; in de kasselrij Kortrijk: Te Walle in Kooigem en Ter Buckinge in Bellegem (7055)
  • een algemeen geldende vaststelling voor de patrimoniale politiek van adellijke families werd ook hier door Vercaemst bewezen, met name dat men de jongere zonen en dochters het liefst goederen van moederszijde of "conquesten" meegaf, zodat het traditionele familiegoed onaangetast bleef (7055)

Huizenbezit: * 3 huizen te Diksmuide die hij aan zijn bastaarddochter Magdalena schonk (7055) * via zijn vrouw bezat hij o.m. ook een huis genaamd De Lombaerden te Kortrijk (7055)

Rentenbezit: * in 1458 kocht hij een erfrente van 24 lb par bezet op de heerlijkheid Te Verkins in Dadizele [een goed dat hij later volledig aankocht] (7055) * hij kocht ook een erfrente van 25 lb gr bezet op het burggraafschap van Roeselare (7055) * in 1476 verkochten Jan van Heule, heer van Lichtervelde en zijn zoon Jacob van Heule, een erfelijke en losbare jaarrente van 45 lb gr, bezet op de heerlijkheid Oosthove te Wervik aan Wouter, heer van der Gracht, voor 360 lb gr; hij bezat toen al een lijfrente van 36 lb gr per jaar bezet op de genoemde heerlijkheid (3875) (7055) * Maximiliaan en Maria gelastten in 1478 dat Jacob de Smittere, die belast was met het inventariseren van de goederen geconfisqueerd van de inwoners van Doornilk, de 3 lb gr lijfrente niet meer zou innen die waren bezet op de geconfisqueerde goederen onder de heerlijkheid van Beerlegem, die immers aan ridder Wouter, heer van der Gracht en raadsheer-kamerling, werden geschonken; omdat de Smittere en zijn gevolmachtigde Klaas Sainpinc hieraan geen gevolg gaven, werden ze op 20/3/1478 voor de GR gedaagd (3878) * in 1450 verkocht zijn schoonbroer Willem van Heule een erfelijke jaarrente van 34 lb gr op de heerlijkheid van Heule aan Wouter van der Gracht en diens vrouw Elizabeth van Heule (3881) * in 1472 verkocht Jan van Heule, heer van Lichtervelde en van Oosthove, een lijfrente voor de duur van twee levens en ten bedrage van 12 lb gr, aan Wouter van der Gracht, voor zijn getrouwde dochters Francisca en Isabella (3887)

Krediet: * in 12/1451 stelde hij voor de Kortrijkse stadsschepenbank 2 procureurs aan [Pieter de Grote en Jan van der Gracht] om geld op te eisen dat Stephano Termisaen een kapitein van een "galeyden van coopmanscepe" aan hem verschuldigd was (7055) (8002) * hij had zijn schoonbroer Willem van Heule 1032 lb par geleend (7055) * hij erfde alle achterstallen aan zijn vader verschuldigd (7055) * bij de aanstelling van hem en zijn zoon tot kapitein van het kasteel van Kortrijk in 1478 was er sprake van een som van 1200 lb par die ze de vorst leenden; de vorst was Wouter ook nog 2174 lb 7s 6 d schuldig voor de onkosten aan dit kasteel die hij uit eigen zak had voorgeschoten (7055) * op 12/6/1484 had hij 1800 lb par geleend aan Joos Maertin, molenaar te Moorsele, die dit moest terugbetalen op 1/5/1485 (7055) * aan de stad Kortrijk leende hij 1200 lb par op 28/8/1485, terug te betalen op 1/10/1485; 400 lb par op 29/8/1485, terug te betalen tegen 11/11/1485; en op 30/8/1485 1600 lb par, terug te betalen tegen 1/10/1485 (7055) * aan de kasselrij Kortrijk leende hij op 14/12/1486 2520 lb par, terug te betalen tegen 2/2/1487 (7055)

Andere: * bij testament van zijn vader kreeg hij alle "catteilen": goud, zilver, potten, schalen, juwelen, klederen, bedden etc. uit het sterfhuis (7055) * via zijn vrouw bezat hij ook nog renten, molens en maalrechten in Izegem en Emelgem (7055)

Cultureel

Wapen: * wapen van de heren van Moorsele en Ter Gracht: "in zilver een keper van keel, vergezeld van drie mereltjes van sabel" (6362) zie ook (7055)

Stichtingen: * verschillende leden van de familie van der Gracht hadden een kapelanij, een kapel of zelfs een klooster gesticht; in de testamenten van Diederik III, overleden 1333, en Wouter IV, overleden 1554, werden grote legaten aan kerken, kloosterorden, kerkelijke ambtdragers e.d. geschonken (7055)

Begraafplaats

  • begraven in de kerk van Moorsele, nabij het hoofdaltaar, samen met zijn echtgenote; het graf was bedekt met een koperen grafplaatvoorzien van een afbeelding van een geharnast ridder en de wapens van hun beiden (7055)

Referenties

  • (2434) Rijksarchief Gent, fonds Raad van Vlaanderen, reeks "Akten en Sententiën": 2385, 51r
  • (2551) SIMONS (J.-L.),De functionarissen bij de Raad van Vlaanderen (1467-1476). Een onderzoek naar de sociale invloeden bij de samenstelling van de Raad, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Gent, 1992: , 108 ?
  • (3793) BLOCKMANS (W), De samenstelling van de staten van de Bourgondische landsheerlijkheden omstreeks 1464, in: SL, 47, 1968, pp. 57-112: , 79
  • (3846) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 61-67
  • (3853) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 358
  • (3861) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 323
  • (3869) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 16
  • (3875) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 352
  • (3878) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 354
  • (3879) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 396
  • (3881) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 310
  • (3887) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 340
  • (3889) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 357-358
  • (3892) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 390
  • (3894) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 396, 415
  • (4116) Stadsarchief Brugge: , register wetsvernieuwingen 1468-1501, f°77,84
  • (4170) Stadsarchief Brugge: , Register van Wetsvernieuwingen 1468-1501
  • (4187) DE VLAEMINCK (A.), Naamlijst van de schepenen der stad Dendermonde, in: Gedenkschriften van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde, 1, 1866, pp. 1-56:
  • (4355) DELEPIERRE (O.) & PRIEM (F.), Précis analytique des documents que renferme le dépôt des archives de la Flandre Occidentale à Bruges, 3 dln., Bruges, 1840-1842: , X, passim
  • (4468) BLOCKMANS (W.), De volksvertegenwoordiging in Vlaanderen in de overgang van Middeleeuwen naar NieuweTijden (1384-1506), (VKAWLSK, KL., nr. 90), Brussel, 1978: , 335
  • (4480) WELLENS (R.), Les Etats généraux et la succession de Philippe le Beau dans les Pays -Bas, in: SL, 56, 1974, pp. 123-167: , 463
  • (4606) VERSCHAEREN (J.), Inventaris van de abdij van Beaulieu te Petegem bij Oudenaarde, Brussel, 1972: , 47-51
  • (4691) DIEGERICK (I.L.A.), Inventaire analytique et chronologique des chartes et documents de l'ancienne abbaye de Messines, Brugge, 1876: , 149
  • (5367) VANDENABEELE (M.), Poorterij en ambachten te Oudenaarde in de XIVde en XVde eeuw, onuitgegeven licentiaatsverhandeling RUG, Gent, 1974: , 174
  • (5651) BRIEGLEB (P.) & LARET-KAYSER (A.) (ed.), Documents relatifs au grand schisme, VI. Suppliques de Benoît XIII (1394-1422) (Analecta Vaticano-Belgica, 26-27), 2 dln. Brussel-Rome, 1973 : , 789
  • (5652) PAYE-BOURGEOIS (J.) (ed.), Lettres de Benoît XIII (1394-1422),I (1394-1395) Brussel, 1983: , 270
  • (5653) BRIEGLEB (P.) & LARET-KAYSER (A.) (ed.), Documents relatifs au grand schisme, VI. Suppliques de Benoît XIII (1394-1422) (Analecta Vaticano-Belgica, 26-27), 2 dln. Brussel-Rome, 1973 : , 618
  • (5654) Baix (1947-55), 8
  • (5655) Baix (1947-55), 139
  • (5656) Baix (1947-55), 254
  • (5657) WARICHEZ (J.), Etat bénéficial de la Flandre et du Tournaisis au temps de Philippe le Bon (1455), in: ASHEB, 1909-1912, passim: , V, 436, 438
  • (5658) WARICHEZ (J.), Etat bénéficial de la Flandre et du Tournaisis au temps de Philippe le Bon (1455), in: ASHEB, 1909-1912, passim: , VI, 95
  • (5659) WARICHEZ (J.), Etat bénéficial de la Flandre et du Tournaisis au temps de Philippe le Bon (1455), in: ASHEB, 1909-1912, passim: , VIII, 176
  • (5932) WYNANT (L.), Peiling naar de vermogensstructuur te Gent op basis van de staten van goed 1380-1389, in: Standen en Landen, 63, 1973, pp. 47-137: , 131
  • (6042) BLOCKMANS (W.P.) (ed.), Handelingen van de leden en van de staten van Vlaanderen : regering van Filips de Goede (10 september 1419 - 15 juni 1467), dl I: na de onderwerping van Brugge (4 maart 1438), Brussel, 1995: , n° 1112
  • (6074) BLOCKMANS (W.P.) (ed.), Handelingen van de Leden en van de Staten van Vlaanderen, 1467-1477 : Excerpten uit de rekeningen van de Vlaamse steden, kasselrijen en vorstelijke ambtenaren, Brussel, 1974: , 191, passim
  • (6093) BLOCKMANS (W.P.) (ed.), Handelingen van de leden en van de staten van Vlaanderen : regeringen van Maria van Bourgondie en Filips de Schone (5 januari 1477-26 september 1506), dl.I: tot de vrede van Kadzand (1492), Brussel, 1982: , 91, 128, 142, 153
  • (6163) HAQUETTE (B.), Les nébuleuses drapières de la Châtellenie de Courtrai, in: HKGOK, 63, 1998, pp. 79-122:
  • (6362) MASSCHELEIN (L.), Heerlijkheid en leen in de Roede van Menen (Kasselrij Kortrijk, XIIde - begin XIVde eeuw), 3 dln., onuitgegeven licentiaatsverhandeling KUL, Leuven, 1982: , 403, 504
  • (6565) Van Peteghem (P.P.J.L.), De Raad van Vlaanderen en Staatsvorming onder Karel V (1515-1555). Een publiekrechterlijk onderzoek naar centralisatiestreven in de XVII Provinciën, Nijmegen, 1990: , 332-335
  • (6759) COPPENS (G.), Revolte en repressie in Vlaanderen in de XVe eeuw, onuitgegeven licentiaatsverhandeling RUG, Gent, 1969: , 268
  • (6991) Electronische databank van SCHOUPS (I.) met de Gentse magistraatslijsten voor de Bourgondische periode:
  • (7037) Archives Départementales du Nord (Lille), Série B (Chambre des Comptes): 1615, 89v
  • (7038) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 299
  • (7039) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 306
  • (7040) HANCKE (K.), Conflict en confiscatie. Een bijdrage tot de kennis van de sociale structuren te Gent op het einde van de XVe eeuw, onuitgegeven licentiaatsverhandeling RUG, Gent, 1995, bijlagen: , 78
  • (7041) KARRAGIANNIS (E.), De functionarissen bij de Raad van Vlaanderen (1477-1492). Een onderzoek naar de sociale invloeden bij de samenstelling van de Raad, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Gent, 1992: , 67
  • (7042) FOPPENS (J.F.), Histoire du Conseil de Flandre, Brussel, 1869: , 128
  • (7043) Hancké (1985), 78
  • (7044) PAUWELYN (C.), Lijsten van de gegoede burgers van Kortrijk en de struktuur van hun vermogens in 1440 en 1477, in: Standen en Landen, 63, 1973, pp. 9-46: , 19
  • (7045) BAUWENS (J.), Bijdrage tot de geschiedenis der stadsinstellingen van Kortrijk tot 1494, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, RUG, Gent, 1962: , 113, 122, 123
  • (7046) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 336
  • (7047) CUVELIER (J.), DHONDT (J.) & DOEHAERD (R.), Actes des Etats Généraux des anciens Pays-Bas, 2 dln., Brussel, 1978 (KCG): , 221, 222
  • (7048) WARLOP (E.), Inventaris van het Fonds d'Ennetières, Brussel, 1981: , 304, 306
  • (7049) GOETHALS (F.V), Dictionnaire généalogique et héraldique des familles nobles du royaume de Belgique, Brussel, 1849-1852, 4 dln: , I
  • (7050) DHONDT DE WAPENAERT (E.), Quartiers généalogiques des familles flamandes, Brugge, 1871: , 277
  • (7051) DE L'ESPINOY (Ph.), Recherche des Antiquitez et Noblesse de Flandres, Dowaai, 1631: , 288-289
  • (7052) DE LIMBURG-STIRUM (Th.) (ed.), Chanoine de Joigny. Manuscrit relatif aux seigneuries de Flandre, in: HOGKO, 7, 1926, pp. 305-384; 8, 1927, pp. 31-96, 165-180, 245-264, 265-30: , I, 317-318, II, 39, 46-47, 64, 166, V, 342
  • (7053) IWEINS D'EECKHOUTTE (A.), Rooborst, ses seigneuries, ses seigneurs, in: Annales du Cercle Archéologique d'Audenarde, 6, 1923, pp. 66-105: , 91-94
  • (7054) GAILLIARD (J.), Bruges et le Franc, ou leur magistrature et leur noblesse avec des données historiques et généalogiques sur chaque famille, 6 dln., Brugge, 1857-1864: , II, 10, 309-338
  • (7055) VERCAEMST (E.), De adellijke familie Van der Gracht van Moorsele (Kasselrij Kortrijk, 1220-1554), onuitgegeven licentiaatsverhandeling KUL, Leuven, 1985:
  • (7085) VAN ROMPAEY (J.),Het grafelijk baljuwsambt in Vlaanderen tijdens de Bourgondische periode, Brussel, 1967 (VKAWLSK, KL, nr. 62): , 615
  • (7111) Du Sart de Bouland
  • (7337) Algemeen Rijksarchief Brussel, fonds Rekenkamers: 1111, 163
  • (7483) Jan van dadizele, 149-151
  • (8002) Rijksarchief Kortrijk: , OSAK, Acten en contracten 1449-1452, 196r